Kleine Stina en andere mooie mensen

We willen jullie graag allemaal hele fijne feestdagen wensen en een prachtig 2019 vol geluk, liefde, gezondheid, warmte, vrolijkheid en vele gezellige momenten!
Liefs, Frank en Stina

We kunnen natuurlijk niet onze reis hervatten (op 9 januari a.s.) zonder ons reisverslag van ons vorige deel, in de eerste helft van dit jaar, te hebben afgerond. Dus maar weer eens in de iPad geklommen… hoewel het de Fernweh wel vergroot. 

We waren in onze vorige blog verbleven dat we net in Gambia waren aangekomen, op 1 juni. De volgende dag hebben we op een terras een luxe cappuccino gedronken. Al dat toerisme in Gambia heeft zo zijn voordelen…

Overigens was er nu geen toerist te bekennen, laagseizoen. We wilden het straatje met alle restaurants bij elkaar weer eens zien, dat uitkomt bij het bekendste hotel van Gambia: het Senegambia hotel. Ali Baba, destijds (in 2005) het meest populaire restaurant, ook wel om duistere redenen, was uitgestorven, evenals bijna alle andere restaurants. Het handjevol toeristen dat er was, zat bijna allemaal bij een Nederlands restaurant (!!) met allerlei Nederlandse snacks en in de kleuren van onze vlag geschilderd. Pfff, je bedenkt het niet! Waarschijnlijk in navolging van het goedlopende pannenkoekenrestaurant dat eens in de uitzending van “Ik vertrek” is geweest en daar ook zit. Alleen was die gesloten, althans, de eigenaars waren er wel, maar aan het schoonmaken. Geen pannenkoek dus voor ons. Ha, ha. Niet dat we daar veel behoefte aan hadden, in tegenstelling tot de toeristen die hier een weekje komen en dan blijkbaar het liefste Hollandse kost eten. Wij hebben een noodle soep op, waar geen noodles in zaten. Dat is dan weer de andere kant. Ander eten maken, wordt hier vaak niet echt begrepen. Toen wij vroegen waar de noodles waren, kregen we die er los bij geleverd. Tsja. Ik zei het al eerder, voor heel veel dingen moet je naar Afrika, maar niet voor culinaire geneugten.

Toen naar het Senegambia hotel gegaan waar toch nog best aardig wat toeristen bleken te zijn. Maar tjongejonge, ook weer shockend hoe klein het strand daar was geworden! Het is nu nog maar een smalle strook, met keien ervoor. Beetje mistroostig. Die mistroostigheid werd nog vergroot door de enorme hoeveelheid gieren die er op het gazon liepen, honderden! Ik heb er nog een leuke tas gekocht voor mijn naamgenoot, die we vervolgens zouden bezoeken. 

We gingen op weg naar Jambanjelly, een dorp landinwaarts waar ik in 2005 ca. 1,5 maand ben verbleven bij de familie Jammeh. Ze wisten niet dat we zouden komen. Toen we het dorp inreden, dacht ik de compound te herkennen waar ik destijds had gewoond en liep daar dus naar binnen. Niemand die echt vreemd op keek, maar ik bleek niet goed te zitten. We werden door een jongentje van deze compound naar de nieuwe compound van Omar Jammeh gebracht, 5 minuten lopen verderop. Daar zijn we het huis binnen gegaan, waar het een gezellige drukte was, maar ik zag Omar niet. Maar gelukkig kwam zijn vrouw me enthousiast tegemoet treden, helemaal blij en opgetogen me weer te zien, en dat was wederzijds uiteraard! Het was bijzonder leuk weer terug te zijn bij ‘mijn’ familie en vooral ook om Frank te kunnen laten kennismaken met hen.
Omar was er niet, maar kwam ca. 2 uur laten. Ondertussen werd er goed voor ons gezorgd. Ook de zus van Omar bleek er te zijn, die in een plaats een uur rijden verderop woont en ook zij herkende me meteen. Zij is een hele leuke, spontane vrouw met wie ik het ook in 2005 al heel goed kon vinden. Zij spreekt in tegenstelling tot de vrouw van Omar ook heel goed Engels, dus je kan er gezellig mee kletsen.

Later kwam ook de oudste dochter van Omar die naar mij genoemd is. Zij is geboren vlak nadat ik daar weg ben gegaan in 2005. Kleine Stina, nou ja, klein, inmiddels dus 13 jaar, was heel even verlegen, maar dat veranderde snel. Ze vond het heel leuk om met me te praten en sprak al een beetje Engels. Ze was heel volwassen al. Ze wilde beslist naar Nederland komen voor vakantie. Want hier in Jambanjelly was het iedere dag hetzelfde. Ook steeds hetzelfde eten zei ze. Daar moest ik wel om lachen, want dat was een understatement toen ik in 2005 bij hen was. Zonder overdrijven, iedere dag zowel voor lunch als voor diner: rijst met pindasaus. En ja, dat was echt alles! Geen groenten en (uiteraard!) geen vlees. Iedere dag weer. Na vier weken kreeg ik het echt niet meer door mijn keel. Erg maar waar. Maar dat was deze keer, nu ik er juist naar verlangde om dat weer te eten uit nostalgisch oogpunt en ook om Frank ermee te laten kennis maken, heel anders! Er werd een heerlijke maaltijd gemaakt met veel groenten. En helaas ook met… smack! Iiigggh!! Maar dat hebben we grotendeels kunnen laten liggen, want dan is het opeens weer heel handig dat je met zijn alleen van een grote schaal eet, dus dan pak je gewoon wat je wel lust. In het nieuwe huis van Omar bleek ook een douche en toilet te zijn, wat een feest! In 2005 moest ik het nog doen met emmers water over me heen gooien op de buitenplaats en een gat in de grond (waar hij dan later wel een soort pot boven had gemetseld voor me, super lief!). Verder stonden gewoon dezelfde banken en stoelen er nog, volledig uitgezeten uiteraard. 

De familie had achter waar we zaten, in de kamer waar iedereen was, kleden en kussens neer gelegd, zodat we na het eten konden gaan slapen. Dat deden we niet tot hun verbazing. Het was veel te leuk om met iedereen te kletsen, er waren zeker wel 20 mensen, inclusief kinderen, binnen en er kwamen ook steeds weer nieuwe mensen binnen. Heel gezellig, maar heel erg druk en het was er vreselijk warm. Frank was op een gegeven moment echt doodmoe van alle indrukken. Dat komt ook nogal binnen, maar ik bleek er toch meer aan gewend te zijn en had er wat minder moeite mee. Frank vond het wel enorm leuk hoe het er allemaal aan toe ging.

We hebben ook nog een tijdje bij het eten koken staan kijken. Altijd zo bijzonder hoe zij alles op de grond doen: groenten wassen en snijden, het koken zelf. Zo oncomfortabel in onze ogen, maar zij schijnen nergens last van te hebben. En ook zo bijzonder, de kinderen, met als oudste een van 8 ofzo, koken hun eigen prutje dat ze dan ter plekke opeten. Aan zelfredzaamheid is meestal geen gebrek in deze landen.

Keuken op de grond
Kinderen koken zelf

Kleine Stina (blijf haar voor het gemak toch maar ‘klein’ noemen om haar niet verwarren in deze blog met me zelf) kwam dus later thuis omdat ze die middag op de markt had gestaan om groenten te verkopen. 13 jaar… En verder was ze voortdurend bezig met haar jongere zusjes, zoals bijv. wassen en aan- en uitkleden, mond afvegen, snotneus afdoen. Geen poppen, wel echte kids… Kon geen stukje speelgoed in huis ontdekken. Wel was er een tv en een laptop inmiddels. En wij hadden op een usb-stick foto’s meegenomen die ik in 2005 had gemaakt. Nou, dat vonden ze geweldig! Ze hadden zichzelf natuurlijk nooit op een foto gezien uit die tijd. Er kwamen ook allerlei jongens, nu mannen, binnen die vreselijk moesten lachen om zichzelf te zien toen ze zo klein waren. Het gaf een hoop hilariteit. Op een gegeven moment stonden er wel 15 man over die laptop waarop de foto’s stonden heen gebogen. Prachtig vonden ze het. En de dochtertjes van Omars zus, destijds 3 en 5 en nu dus volwassen vrouwen, waarvan de jongste er ook was, vond het ook heel leuk zichzelf als peutertje te zien. Nu een mooie jonge vrouw, toen een hele grappige, zeer ondeugende, eigenwijze (stubborn zei haar moeder voortdurend) peuter waar ik dol op was.

Samen foto’s kijken

Frank heeft nog een lang gesprek gevoerd met de neef van Omar, Aisa, een hele leuke, energieke knul van 22 die vrachtwagenchauffeur is en in vele omringende landen ook had gereden, zoals in Mauritanië, Algerije, Burkina Faso en Guinea. We vroegen hem welk land hij het mooiste vond en zijn maatstaf van mooi bleek een hele andere te zijn dan die van ons: Mauritanië was het mooiste. Waarom? Daar was het meeste werk. Tsja, ander perspectief… Hij, Aisa, zou graag een vrachtwagen van zichzelf willen hebben, dan kon hij goed verdienen zei hij. Frank zei, en dan zeker een mooi groot huis kopen als je veel verdiend hebt. Maar nee, dat zeker niet, want dan zou iedereen voortdurend geld bij hem komen vragen… Ja, dat is nu eenmaal de cultuur in deze landen. Als je veel hebt, moet je delen. Toeristen denken altijd dat zij de enigen zijn die als ‘wandelende portemonnee’ worden gezien, maar dat is helemaal niet zo, dat is de cultuur, ook onderling. Daarbij komt nog eens, dat het volgens de islam een vreugde en plicht is om te delen wat je hebt. Dus zij begrijpen werkelijk niet dat je dat niet doet. Aisa zou het verdiende geld weer terug investeren in zijn bedrijf en een deel ook reserveren voor onderhoud en afschrijving van de vrachtwagen. Hij klonk als een goede ondernemer. En wie weet hoe goed hij ook zou zijn. Maar deze mensen krijgen hier nauwelijks een kans. Nu maakte hij hele lange werkdagen en ontving hij maar een fractie als loon, de rest ging naar zijn baas. 

We hebben het tasje aan kleine Stina gegeven, dat we bij het Senegambia hotel hadden gekocht, en daar was ze erg verguld mee. Onmiddellijk haalde ze haar rugzakje met alle schoolspullen erin, gooide alles eruit en deed ze in haar nieuwe tas. Ik heb nog naar een aantal schoolboekjes met haar samen gekeken. Ik liet haar een stukje voorlezen in het Engels en dat ging best goed. Maar ik vroeg me wel af of ze enige notie had van wat ze gelezen had. Iets verderop in het boekje stond een ander kort verhaaltje, gebruik makend van dezelfde woorden als het verhaaltje dat ze me net had voorgelezen. Ik vroeg haar of ze dat wilde voorlezen. Tot mijn verbijstering kon ze daar nauwelijks een woord van voorlezen! Zelfs ‘the’ wist ze niet! Of ‘house’. Het werd me dus duidelijk dat ze niet las, maar het opdreunde! Zoals ze ook de verzen van de Koran opdreunen, zo doen ze dat blijkbaar ook met Engels. Shocking! 

Beer op de compound van de fam. Jammeh

Tegen middernacht moesten er opeens gordijnen worden gemaakt. Geloof je ook weer niet. Dus grote lappen stof gehaald door moeder, kleine Stina en nog een jongen hielpen haar met het knippen ervan, en die vervolgens opgehangen. Ook weer klaar. Simple as that!
Rond 01:00 uur zijn we naar ons Beerke, die op de binnenplaats van de compound stond, gelopen en gaan slapen. We mochten ook binnen slapen, maar het leek ons een stuk rustiger en ietsje koeler om in Beer te slapen; in onze auto komt tenminste nog wat ‘frisse’ lucht naar binnen door het muskietengaas als we de hele daktent openritsen en het dakluik openzetten. 

Goed geslapen en rustig kunnen opstaan tot mijn grote verbazing! Als ik in 2005 een oog open deed, stonden er ongeveer 10 kinderen in mijn slaapkamer. Maar niets van dat alles. We konden zelfs rustig naar de badkamer lopen in huis en daar onze tanden poetsen. Wat een luxe toch allemaal! 
Er was ook brood gehaald, speciaal voor ons nog wel, want het was Ramadan, dus verder at niemand iets, alleen de kleintjes. Zelfs kleine Stina deed al mee met de Ramadan, hoewel dat voor haar nog niet verplicht is. Omar was nog nergens te bekennen, die kwam een uurtje later pas. Met Ramadan gaat ook iedereen altijd heel laat naar bed, omdat ze dus nog heel laat eten. Alles schuift dus op. Aisa was al wel wakker en lag – want van zitten word je moe zei hij – op de veranda. De kinderen kwamen erbij, het was allemaal gezellig en gemoedelijk. Kleine Stina was druk bezig met de haren kammen en vlechten van haar zusjes. En met het aankleden van hen. Ook vond ze dat mijn t-shirt, dat ik de vorige dag aan had gehad, gewassen moest worden. Ze stond erop dat ik dat ik dat aan haar gaf.

Iedereen kwam natuurlijk onze auto bekijken. Zeker als er dan gevraagd wordt wat het allemaal is, voel je je weer erg rijk. Stromend water in de auto… Twee kooktoestellen (een dieselcooker binnen en een Coleman benzinebrander aan de deur, voor buiten koken), een (af)wasbak, zelfs een echt bed. En zoveel kleding. En handdoeken!  Ik zag wel dat het in hun ogen niet op kon. Handdoeken gebruiken ze zelf niet, ze laten zich gewoon opdrogen. Geen (af)wasbak, maar een teiltje. En zo is het natuurlijk met veel dingen, ongekende luxe allemaal, die zij zelfs in hun huis nog niet hebben.

We zijn wat later op de ochtend met Omar, en een hele sliert kinderen, naar een vriend van hem gelopen die recentelijk was begonnen met groente- en fruitteelt. Tijd met die man gesproken, hij klonk ons te idealistisch en niet erg commercieel. Hij was wel heel bezield en wist er veel van. Hij was een tijd in Amerika geweest en daar had hij ook veel kennis opgedaan. Maar de meeste producten gaf hij weg.

We hoorden eigenlijk helemaal niks over verkoop of omzet, laat staan winst. We zijn door zijn gaard gelopen en hij had werkelijk een enorme diversiteit aan vooral vruchten, maar van het meeste, bijvoorbeeld van limoenen of sinaasappels, maar 1 of 2 boompjes. 
Hij wist wel echt precies hoe je alles moest behandelen en de eigenschappen van de verschillende soorten. Hij had bijvoorbeeld meerdere soorten limoenen. Er stond een hoge muur van wel iets van 3 meter om zijn gaarde, maar zelfs daar overheen wisten jongetjes te klimmen om vruchten te plukken/stelen, zo zagen we. Natuurlijk joeg hij de kinderen weg, maar ja, hoe vaak zal het niet gebeuren dat hij ze niet ziet? 

We zijn ook nog langs de broer van Omar gegaan, die op de compound woont waar ik in 2005 ook woonde. Hij is leraar. Voortdurend kwamen er kinderen binnen rennen, gingen er even bij zitten, en vertrokken dan weer. Maakten niet veel herrie, maar het gaf wel veel onrust. Ook de broer zei dat hij het niet altijd prettig vond dat kinderen zo maar altijd binnen kwamen, maar dat was nu eenmaal de gewoonte. Je bent nooit alleen. Privacy kennen ze niet. Ze gaan nog het liefste met je mee als je naar de wc gaat. Soms is dat echt vermoeiend. 

Met Omar en vele kinderen op weg door het dorp

Na een uurtje of twee weer teruggelopen naar Omars huis. Kleine Stina, die ook steeds mee was gelopen, had de hele tijd drie paar schoenen bij zich. Het bleek dat ze die wilde verkopen. Haar moeder had die schoenen in Senegal gekocht, waar ze goedkoper zijn dan in Gambia. Ik ben met haar mee gegaan, want ik wilde weleens zien hoe dat dan ging. We zijn een stuk door het dorp gelopen, naar een huis waar haar te kennen werd gegeven dat de vrouw des huizes er niet was en dat ze dus later maar terug moest komen. Dus met alle schoenen weer terug naar huis gelopen. Jammer, heb ik de onderhandelingen nog niet kunnen meemaken. Ze bleef me maar vragen of ze een keer bij ons komen in Nederland. Daar had ze het echt helemaal op staan. 

Eind van de middag zijn we weer vertrokken, uitgezwaaid door de hele familie en een groot aantal kinderen. Omar was er duidelijk op vooruit gegaan. Maar het dorp zelf was nog precies zoals in 2005. Alleen maar wegen van zand. Nauwelijks een auto te bekennen. Wel een paar winkeltjes nu, destijds was er helemaal niks. En ook elektriciteit nu, een grote vooruitgang. In 2005 was er maar 1 huis met elektriciteit waar ik dan mijn telefoon – waar ik overigens totaal geen bereik mee had – en laptop kon opladen af en toen. En waar iedereen heen ging om tv te kijken. Omar had nu zelf tv. En een koelkast, waar dan wel alleen water (ook nog voor ons, niet voor hunzelf) in stond en verder helemaal niks. Inmiddels had hij 6 kinderen. In 13 jaar tijd dus…
Het was geweldig om weer terug in het dorp te zijn geweest en vooral om Omar en zijn familie en kinderen weer gezien te hebben! Frank vond het ook een onvergetelijke ervaring en een van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe.

Die avond hebben we overnacht op een andere camping. Geen echte camping, meer een opslagplaats voor tweedehandsauto’s, maar er waren wel prima faciliteiten (Duitse eigenaar), dus wij vonden het best.

Sulayman Saho

De volgende dag hadden we afgesproken met Sulayman Saho, die ik in 2005 had leren kennen in een heel klein dorp, Sarakunda (niet Serrekunda, dat is juist de grootste plaats in Gambia), waar hij onderwijzer was. Sinds een aantal jaren is hij parlementslid! We hadden afgesproken bij een nabijgelegen restaurantje en hij was er gewoon! Ook nog op tijd! Zeer on-Afrikaans, ha, ha. Wij namen een koffie, maar hij wilde niks, want het was tenslotte Ramadan. Het was erg leuk hem weer te zien en vooral heel interessant om met hem over de politiek en situatie in Gambia te praten. Hij hield zich voornamelijk bezig met een bepaalde regio in Gambia, waar hij ook vandaan komt, om daar ook groentetuinen op te zetten. Alles is altijd gericht op de vrouwen. Vrouwen doen dus gewoon weer het werk… En vrouwen verspillen het geld niet… Die mannen vinden het wel best volgens ons. Hij wilde van ons ook wel geld voor allerlei projecten. Maar zo lachen, hij zei gewoon hardop hoe het hier werkt: niet nu, ik leg het eerst in de week, we houden gewoon contact en dan komt dat geld wel. Zo werkt dat hier. Dat was me allang bekend. Maar ik heb het nooit zo uitgesproken gehoord. Gambianen hebben veel, heel veel geduld. Dus ze houden graag contact met je om zo jaren later nog eens te vragen of je wat geld kan doneren. Wij hebben snel de neiging om daar afkeurend over te doen. Maar zoals eerder gezegd, zo werkt het bij hen onderling ook. Bovendien, als je echt geen enkele andere mogelijkheid hebt om aan geld te komen – en dat is waarlijk vaak de situatie, daar heb ik genoeg van gezien – wat kan je dan nog anders doen dan het anderen te vragen? Het leven in Gambia is werkelijk voor het merendeel van de mensen uitzichtloos. Je kan wel iets starten, maar er is nauwelijks een afzetmarkt. 

Na deze ontmoeting zijn we landinwaarts gereden, naar Tendaba Camp. Ook daar waren we lang geleden geweest, tijdens onze eerste reis in Gambia, 20 jaar geleden ofzo. We hadden er goede herinneringen aan, een lodge bestaande uit houten hutjes, helemaal in het groen gelegen aan de Gambia rivier, waar je veel vogels en ook wel aapjes en krokodillen kon zien. Maar ook: met heel, veel muggen! Ze verkochten er destijds een leuk t-shirt met de geweldige tekst: ‘10.000 mosquitos can’be wrong; Tendaba camp is great!’ Ha, ha, geweldige marketing toch? En je kan meteen niet meer zeuren over de muggen. 

Tendaba Camp

Toen we aankwamen bij Tendaba, bleek het idyllische kamp van destijds drastisch veranderd te zijn. Geen houten hutjes meer. Heel veel stenen bungalowtjes nu. Er was gelukkig nog wel een plekje voor ons Beerke. Weliswaar tegenover het restaurant, maar ja, er was toch niemand. Dus we stonden er best, hoewel we niet veel zicht hadden op de rivier. Het viel allemaal nogal tegen, vooral door hoe het ooit was, een nogal groot contrast. Het leek erg groots en commercieel geworden. We hadden ons kostje gekookt en gegeten, zaten nog wat te lezen, toen er enorm stroom Gambianen naar het restaurant kwam. Eerst vonden we het juist wel gezellig, zo veel bedrijvigheid en mensen opeens. Maar toen wij naar bed gingen en die stroom maar bleef komen (Ramadan he, dus laat eten…) vonden we het vanwege alle herrie al een stuk minder leuk. Rond middernacht werd het dan toch rustig, maar toen ging er in het restaurant keihard een tv aan… Dus Frank het bed uit, de schat, en gevraagd of de tv zachter kon. Dat deden ze. Toen bleek er veel lawaai van een generator te zijn. Ook daar kon ik echt niet door slapen. Dus wij er weer uit. Iedereen even behulpzaam, dat moet ik zeggen. Maar ja, ze konden de generator natuurlijk niet uitzetten. Hoewel ze ons probleem met het lawaai volgens mij totaal niet begrepen, wilden ze ons wel echt helpen. Dat is wel vaak een verschil met het Westen vind ik. Hier is het bijna altijd zo, dat jouw probleem ook als probleem wordt behandeld. Bij ons wordt het probleem eerst beoordeeld en als het niet aan de criteria van de ontvanger voldoet, is er dus geen probleem en wordt er niks gedaan. De beveiliger, wiens taak dus niet eens was om ons te helpen, ging dus om iets van 02:00 uur met iemand van de lodge bellen, die gewoon thuis lag te slapen, om te vragen of er misschien een kamer vrij was, zodat we daar konden gaan slapen, weg van de herrie van de generator. Het duurde allemaal even, want de meeste kamers waren bezet, omdat al die mensen die kwamen eten daar sliepen, er was een conferentie namelijk. Maar toen ging iemand anders een kamer checken en in orde maken en konden we daar dus gaan slapen, uiteraard wel tegen bijbetaling. Maar dat hadden we wel over voor een rustig nachtje (en opeens eigen douche en toilet, en de gemeenschappelijke douche was echt een smeerboel). Dus prima opgelost!

De volgende dag naar de ferry gereden om over de Gambia rivier over te steken, naar Farafenni. Toen we daar aankwamen was het al een drukte van belang. Ze vroegen naar ons kaartje en toen bleek dat we dat ca. 10 km daarvoor hadden moeten kopen. Dus wij weer terugrijden. Toen werd het nog gekker, want we konden alleen betalen in CFA, de Senegalese munteenheid, niet in Dalasi, de Gambiaanse munteenheid. Terwijl we dus gewoon in Gambia waren en ook bleven na de oversteek! Afijn, gelukkig hadden we CFA. Toen we het ticket kregen, bleek ook nog eens dat onze auto was gedegradeerd tot een Landrover! 😉 Zie foto.

Wij weer naar de ferry toe, achteraan sluiten. Maar het was wel duidelijk dat we dan nooit op die ferry zouden komen diezelfde dag. Het was een enorme rij en ook veel vrachtwagens. We hadden van een kennis van Omar nog een naam doorgekregen naar wie we moesten vragen bij de ferry, zodat we eerder aan de beurt zouden zijn. Tsja, zo werkt dat hier nou eenmaal. Je hebt echt kruiwagens nodig. Toen kwam er iemand naar ons toe die zei dat we langs de rij naar voren moesten rijden. Dat deden we dus maar. De auto die toen weer achter ons stond, was er zeer op gespinst om voor te kruipen. Frank moest allerlei stuurmanskunsten uithalen om dat niet te laten gebeuren. Pff, wat een toestand zeg om op die ferry te komen. We hebben zeker 2 uur staan wachten. Allerlei auto’s gingen toch weer voor. Uiteindelijk gaf Frank gewoon zelf gas en wrong ons Beerke overal tussendoor. Het was echt een soort gevecht op de laatste millimeters. Blij dat Frank zo goed kan rijden en nergens bang voor is. Ik zou me steeds hebben laten wegdrukken, want dat was gewoon wat ze steeds probeerden. Ook wel begrijpelijk, veel mensen zijn er voor werk, wij alleen voor de fun. En toch mogen wij de rij voorbijrijden. We dachten nog ervoor te moeten betalen, maar dat was niet zo. Op de ferry zelf werd ook iedere centimeter benut, we stonden echt hutjemutje op elkaar. Maar het ging allemaal goed, echt ongelooflijk. 

Iedere centimeter benut…

Eenmaal in Farafenni maar naar Eddy’s hotel gereden, er is daar geen camping of iets waar we in Beerke zouden kunnen slapen. Een kamer met eigen sanitair was maar €14, dus prima te doen. Het was niet veel, het ziet er meestal uit als een soort bunker, maar alles functioneerde, het bed was ok, dus wij vonden het top. Ook nog een binnenplaats waar we konden eten. De keuze bestond wel weer alleen uit kip met friet of friet met kip, maar er was wel bier, dus Frietje Frank was dik tevreden. Er was nog 1 ander Westers stel en die waren druk in gesprek met een Gambiaan, duidelijk mensen die ook een projectje hadden en de man die ze toespraken, het was een hele preek, probeerde te laten doen hoe zij dachten dat het goed was. Ze bleven maar tegen hem aan praten, hij knikte maar wat, dus in onze ogen zag het er nogal hopeloos uit. Zoals veel van die projecten ook daadwerkelijk zijn helaas, zoals ik na mijn onderzoek in 2005 ook moest concluderen. Goed bedoeld, en zelfs dat is de vraag, maar het leidt nergens toe. 

De volgende dag nog wat inkopen gedaan en toen naar Sarakunda gereden voor mijn volgende nostalgische belevenis. In dit afgelegen dorp, nog afgelegener dan in ik mijn herinneting, het duurde wel een uur voor we er waren vanuit Farafenni en de weg was door de bush, kleine dorpjes en over zandpaden, ben ik ook een paar weken verbleven in 2005. Eenmaal aangekomen in het dorp parkeerden we de auto en toen kwam er een vrouw aan wie ik vroeg of ze wist in welke compound ik was verbleven. Ik legde uit dat in die compound de drie bouwvakkers woonden die de school hadden gebouwd, een project van de Nederlandse Nel Bus. Zij wist wat ik bedoelde! Ze zei dat het een eindje lopen was, dat we beter met de auto konden gaan, maar dan zou zij niet mee kunnen en bovendien kon ik me niet voorstellen dat het echt ver was, destijds liep ik ook altijd alles. Het bleek dan ook maar iets van 15 minuten te zijn. We kwamen aan op de compound en de hoofdonderwijzer van de destijds gebouwde school woonde daar nu ook, in een klein kamertje naast mijn mini-huisje van 2 kamers destijds. Dat huisje was nu verlaten en vervallen. De woning van de hoofdonderwijzer was ook niet veel soeps, maar hij leek er uitermate content mee.

Moeilijk communiceren, maar zo verbonden met elkaar!

De vrouw die me destijds altijd eten bracht – met als memorabel moment een pan met… vissekoppen, een delicatesse daar! – woonde ook nog steeds op de compound, Suyo. Ze herkende me ook nog. Ik wilde graag met haar op de foto. Dat vond ze prima, maar daar wilde ze wel even de juiste kleding voor aan trekken. Ze kwam mooi aangekleed weer naar buiten. Ik vond het zo ontzettend leuk haar weer te zien! We konden geen woord met elkaar praten, maar we hadden altijd een fijn contact en nu weer. Met iedereen daar, ook al was communiceren helaas niet mogelijk. Ik lag met een aantal vrouwen vaak onder een boom (in 2005). Zij kletsten dan een beetje met elkaar en ondanks dat ik er niets van verstond, voelde ik me toch erg opgenomen in de groep vrouwen. Een bijzonder gevoel. Soms spreek je dezelfde taal en voel je je een buitenstaander… En soms spreek je elkaars taal niet en voel je je verbonden. Mooie ervaringen! 

De weg naar school

Vervolgens zijn we met de hoofdonderwijzer naar de school gelopen. Dat deed ik in 2005 iedere dag, om de bouwvakkers aan het werk te zien, hele aardige, leuke kerels die ook goed voor me hebben gezorgd toen. Dus ik vond het wel leuk om nu samen met Frank datzelfde stuk te lopen. Het dorp was totaal niet veranderd, alles nog steeds even eenvoudig tot armoedig toe. Geen auto te bekennen. Geen stromend water of elektriciteit. De school zag er werkelijk schitterend uit. Het lijkt een geslaagd project. Anders konden de kinderen in dit dorp en omgeving niet naar school gaan. Helaas is de oprichtster, Nel Bus, een paar jaar geleden overleden. Er hing een groot geschilderd portret van haar in de school. Ze leek echt geliefd en niet onterecht. Ze heeft toch heel wat neergezet. De hoofdonderwijzer/schoolhoofd is een energieke, enthousiaste jonge vent, die overigens nauwelijks Engels sprak… Hij leidde ons met verve rond door de school, we kregen alle lokalen te zien en het zag er werkelijk allemaal echt goed uit. Petje af voor Nel en de mensen die de school hebben gebouwd en er nu werken! 

De enthousiaste ‘Head Master’ met op de achtergrond links een schilderij van de oprichtster Nel Bus

Het was geweldig om terug te zijn geweest in Sarakunda en Frank alles te kunnen laten zien. Ik schrok best een beetje hoe armoedig het dorp was, armoediger dan ik het mij herinnerde, maar dat komt denk ik omdat ik ook daar zo’n mooie tijd heb gehad, dus ik heb ‘mooie’ herinneringen. Die koester ik! Ook na dit bezoek. Want ook nu waren de mensen weer allemaal hartverwarmend.

Koken op kantoor

Eind van de middag naar de grens met Senegal gereden. Daar moest natuurlijk weer het nodige papierwerk worden geregeld. En de beambten waren ondertussen hun maaltje voor die avond aan het koken… op het bureau, letterlijk… zie foto! Het duurde allemaal weer even, zoals gebruikelijk bij een grensovergang, je moet gewoon nooit haast hebben en lekker relaxed en vrolijk blijven, dan gaat het het soepelst. Maar het verliep prima. Vervolgens naar Toubacouta gereden. We hoopten op een mooie camping in de prachtige Saloum Delta daar, ons ook bekend van een eerdere reis, maar dat viel tegen. Er waren sowieso geen campings en het lukte ook niet om bij een van de vele hotels die daar zijn op het terrein te gaan staan. Alles was ook weer erg verlaten, geen toerist te bekennen. Uiteindelijk een plek gevonden op de compound van een heel klein guesthouse, Camp Les Coquillages. Bijna geen schaduw daar en een kleine plek. Wel gezellig, want het huis van de familie was daar ook en dus ook de hele familie. De volgende dag toch weer vertrokken, we wilden graag naar zee. Twee dagen op camping Eden in Djifer gestaan. Ook dat was geen echte camping, maar we konden weer gebruik maken van een kamer voor de douche en het toilet en we stonden lekker aan zee! Als enige gast uiteraard weer.

Een prachtige verjaardagstaart

En toen… was Frank jarig! Dat moest natuurlijk uitbundig gevierd worden. Dus ik had een hele mooie lodge geboekt, de Souimanga Lodge, echt een pareltje! Inclusief geweldig goed eten, op een mooie veranda met schitterend uitzicht. Er was een heerlijk zwembad en onze bungalow had ook twee mooie terrassen, een bij de bungalow, en een aan het water. We hebben er echt ontzettend genoten, alles was top! 


Zwembad aan de rand van de mangrove

Met pijn in ons hart vertrokken op 10 juni, een dagje was genoeg aanslag op ons budget, ha, ha.
We gingen op zoek naar een fijne plek aan zee, iets onder Dakar, maar dat was weer niet te vinden. Dus zijn we in Nianing verbleven, weliswaar een kustplaatsje, maar we vonden niks aan zee en ook geen andere campings, dus verbleven in Casa de Mamy, een kleinschalig guesthouse, gerund door een zeer gewiekste dame. Er was ook een Zwitserse man van 80 jaar. Die had het guesthouse laten bouwen. Hoe de relatie verder allemaal zat, werd ons niet duidelijk. Het was een gemoedelijk plaatsje, we hebben er wat rondgeslenterd en ook nog een plek bekeken waar we onze Beer eventueel konden stallen, maar die plek kon ons niet zo bekoren. Verder was er ook een enorm grote Katholieke kerk, de grootste of een na grootste van West-Afrika. Een heel modern gebouw, hij was nog maar net klaar. Geheel gefinancierd door een Westerling. Maar dan weer zo grappig, niemand die zich eraan stoorde dat er een kerk in hun plaats was. De inwoners vonden het juist prachtig dat dat gebouw in hun dorp was. Geen problemen met een kerk in de volledig islamitische gemeenschap! Kunnen we nog van leren.

Op 12 juni zijn we naar Dakar gereden. Dakar staat bekend als een vreselijk hectische stad en veel mensen raden af om er zelf te rijden, maar Frank heeft er geen problemen mee. Ik zie voortdurend ongelukken… alles gaat steeds net mis zeg maar en ik zit nou niet echt relaxed. Frank wel, die geniet van dat spel op de millimeter en wringt ons Beerke overal tussendoor. Het is de kunst van defensief rijden, maar ook letterlijk je neus (van de auto dan wel) ervoor te durven steken, want anders kom je nergens. Voorrangregels zijn er niet, stoplichten worden genegeerd, iedereen doet maar een dotje. Maar het gaat er totaal niet agressief aan toe, als je je voorrang neemt, vinden ze het ook best. Maar als je dat niet doet dan laten ze je er ook niet tussen en kan je staan wachten tot je een ons weegt. Frank wacht niet graag… ik zou dan opeens heel geduldig worden…. de omgekeerde wereld, ha, ha.

Eenmaal aangekomen in Dakar zijn we eerst naar de haven gereden waar het douanegebouw is waar we ons Carnet (het in-/uitvoerdocument voor de auto) in orde moesten laten maken. We kenden er gelukkig de weg, zowel in het havengebied als in het immens grote gebouw, omdat we er in mei al waren geweest. Ook de beambte kende ons nog. Een hele aardige man met wie het goed zaken doen is. We hadden namelijk een stempel nodig voor 7 maanden, omdat we de auto hier zouden gaan stallen tijdens ons verblijf in Nederland, en normaal krijg je maximaal 6 maanden, en dan moet de auto weer het land uit. Met deze man hadden we vorige keer al een goed contact gemaakt en dat wierp zijn vruchten af, want hij maakte er geen probleem van er 7 maanden van te maken. Do as the locals! Wees respectvol, maak eerst een uitvoerig praatje, maak grapjes, wees gewoon gezellig zeg maar, en dan komt het meestal allemaal wel goed. Veel westerlingen hebben altijd overal problemen mee in deze landen, maar dat komt vaak omdat ze zich veel te westers blijven gedragen. Dat werkt echt niet. En the local way is bovendien veel leuker. Je hoort nog eens wat, je hebt echt contact en je hebt er een vriend bij zeg maar. De kans is groot dat hij ons ook weer herkent als we in januari bij hem terugkomen. Veel leuker toch dan dat onpersoonlijke in onze Westerse wereld?

Hierna geluncht in een best wel sjiek restaurant met uitzicht op zee. We moesten namelijk een beetje tijd overbruggen om naar mijn reisagent te gaan met wie we ‘s middags hadden afgesproken. Het was heel leuk om iedereen van het reisagentschap weer te zien, Maimouna met wie ik altijd contact had over de reisvoorstellen, Salif, de eigenaar, en Amath, de gids. En alle anderen op kantoor te zien, er werken ca. 10-15 mensen. Vervolgens naar de ‘camping’ gereden waar we in mei ook hadden gestaan, Cercle de Voile. Geen camping eigenlijk, maar een soort guesthouse annex autosloperij annex motorverhuur annex restaurant, gericht op varenden (zeilers en mensen met een jacht) die daar aanmeren en soms enkele dagen verblijven. Het is een wonderlijke plek, beetje hippie plek en alles is vervallen en heel eenvoudig en niet al te schoon. Gelukkig waren de douches en wc’s opgeknapt sinds mei en was dat deze keer wel te doen. En ons Beerke kan daar mooi staan met uitzicht op het strand en de zee, dat is erg leuk. En goedkoop, €7,50/nacht. Vlakbij kan je vers stokbrood kopen, wat wil een mens nog meer?!

De hoezenmaker

De volgende dag terug naar het reisbureau gegaan en samen met Amath op pad gegaan om een hoes voor onze Beer te regelen, want als hij zo lang gestald wordt, is het beter dat die bedekt is. Wij dus naar de wijk van de ‘auto-onderdelen’ gereden en daar heeft Amath de man erbij gehaald die die hoes zou maken. Die ging alles opmeten. Hij zei dat de hoes dan eind volgende week klaar zou zijn. Oeps! Wij zouden over 5 dagen terug naar Nederland vliegen! Tsja, 14 juni was het einde van de Ramadan en dan ligt vervolgens alles stil, een beetje zoals bij ons met Kerst. Lekkere handige timing. NOT. Maar geen nood, in Afrika is altijd overal een oplossing voor. Hij zou de hoes dan zelf om Beer heen gaan doen, op de plek dus waar we de auto zouden stallen. Ok, opgelost! We gingen nog even naar zijn zaakje kijken. Tot onze verbazing was dat een piepklein hok, 3 bij 3 ofzo, hutjemutje vol en een naaimachine! Daar zou dus die enorme hoes van echt hele dikke stof worden gemaakt! Bijzonder hoe ze dat in zo’n in onze ogen onmogelijke werksituatie voor elkaar krijgen. Daarna in een hotel aan het strand weer luxe geluncht. We konden Amath daar helaas niet op trakteren, want het was nog steeds Ramadan.

Op de volgende dagen nog van alles geregeld, zoals een koffer gekocht, want daar moest al onze kleding en beddengoed in, want we zijn toch bang dat er anders misschien wel allemaal schimmel in komt ofzo. Ook nog een grote speurtocht naar mottenballen gedaan, want een andere overlander had aangeraden om die overal in de auto te leggen, zelfs onder de motorkap, tegen ongedierte. Uiteindelijk een pakje gevonden, of iets wat daarvoor kon doorgaan, maar we hadden er veel meer nodig. Dan is Beer opeens toch weer groot, ha, ha. Maar we konden ze nergens meer vinden. Maar ook weer zo grappig dan, ook dat regel je gewoon door iemand te vragen, op de ‘camping’ of hij dat kan kopen. Hij was een paar uur weg, kon ze ook niet vinden, maar kwam uiteindelijk toch terug met 4 pakjes. Ook weer geregeld! 

Nog naar een kliniek gegaan, want Frank had een probleempje verband houdende met zijn chronische darmontsteking. De kliniek was ons aanbevolen door onze ziektekostenverzekering die ons vertelde dat daar ook mensen van de ambassade naartoe gaan. Het zag er ook prima uit. De arts was een Libanees die een beetje Engels sprak. Op onze vraag hoe hij in Dakar terecht was gekomen, vertelde hij dat Libanezen over de hele wereld werken en het kwam erop neer dat het voor hen bijna overal beter is om te werken dan in Libanon. Wie had dat gedacht? Althans niet dat het in Senegal beter zou zijn dan in Libanon. Hij heeft Frank onderzocht, vroeg nog wel of het ok was dat ik dat zag. Ha, ha. Gelukkig was het niks ernstigs, maar het moest wel verholpen worden en dus schreef hij medicijnen voor. En wat voor medicijnen! Het bleek een zware dosering prednison te zijn. Gelukkig hebben we onze eigen huisarts eerst geraadpleegd via email of het verstandig was dat te nemen, die het ten zeerste ontraadde. Pfff, medische zorg in deze landen blijft toch vooral… zorgelijk! Wederom waren we erg blij dat onze huisarts (inmiddels met pensioen) ons steeds zo goed helpt op afstand, hij reageert ook altijd heel snel. Nogmaals veel dank, dr. Eisma!
We hadden wel een uitstekende dag uitgekozen om naar de kliniek te gaan, want het was het einde van de Ramadan en alle straten waren werkelijk helemaal leeg! Het was een bizar gezicht in dat anders zo overvolle Dakar, beetje surrealistisch zelfs. Maar wel handig, want we waren met een taxi gegaan en dat ging dus lekker snel, een ritje van 15 minuten waar we anders wel bijna een uur over zouden hebben gedaan.  Eid-al-Fitr, het Suikerfeest, wordt net als Kerst bij ons, vooral binnenshuis met de hele familie gevierd. De dag ervoor hadden we ook gezien dat de mensen winkelkarren vol boodschappen insloegen, ook weer exact zoals bij ons voor Kerst. Zo grappig, die parallel steeds te zien. We zijn allemaal gelijk! En toch ook weer zo verschillend…

We hebben Beer helemaal schoon gemaakt, de kleding en beddengoed in de koffer gedaan, en toen na vijf dagen op de ‘camping’ te hebben gestaan, de auto naar de stallingsplek gereden en hem daar op hoop van zegen gestald. Het is weliswaar een plek van een man die weer een kennis is van een medewerkster van het reisbureau van Salif, maar ja, geen idee toch hoe veilig dat is. Onze Beerke paste net onder het afdak, of eigenlijk net niet, hij steekt een paar centimeter uit. Maar we waren allang blij dat hij eronder paste, want dat was ook maar net aan, hij had geen 2 cm hoger moeten zijn! Watertanks leeggemaakt, waterfilter verwijdert en filterhuis schoongemaakt, accu’s losgekoppeld, de deuren op slot gedaan en afscheid genomen…

Toen heeft Amath ons naar hotel Baraka gebracht, een prima hotel (voor Senegalese begrippen), mooi gelegen in het centrum, en, vlakbij een geweldig goed Libanees restaurant, waar we heerlijk geluncht en later ook weer gedineerd hebben. Prachtig om te zien dat in zo’n Afrikaanse stad zo’n grote Libanese gemeenschap is, met behoorlijk wat geld zoals het er in elk geval uitziet, die zelfs een heel fancy restaurant opzetten (en 2 hotels, Baraka is ook van hen en waarschijnlijk nog veel meer). In ieder land lijk je wel een elite te hebben van mensen uit een ander land. In Kenia en Tanzania zijn dat bijvoorbeeld weer Indiërs. 

Lekker geslapen in hotel Baraka en de volgende ochtend op pad om een ontbijtje te scoren. We vroegen aan een zakenman of hij een bakkerij wist en toen vroeg hij of we een luxe bakkerij zochten of een gewone. O ja, we zijn in een hoofdstad waar werkelijk veel keus en behoorlijk wat luxe ook is! Altijd weer even wennen. 😉 Nou, doe dan maar een luxe. Hij liep een eindje met ons mee om ons de weg te wijzen, zo aardig weer! En iets verderop vonden we toen een inderdaad een enorm luxe bakkerij met allerlei zalige broodjes, croissantjes, koffiekoeken, you name it! La Galette, wat een feest daar, onze bakkerijen vallen er werkelijk bij in het niet. Dat is natuurlijk ook weer een erfenis van de Franse kolonisten. Lekker theetje erbij en daar opgegeten. Je waande je in Amsterdam of een andere Westerse hoofdstad, behalve dan dat je alleen zwarte mensen ziet. Deze laatste dag in Dakar/Afrika hebben we ook onze voetjes laten behandelen. Daar zaten dikke eeltranden op van 3,5 maand op slippers lopen. In mijn geval zelfs zo dik, dat ze een parafine behandeling nodig hadden. €3 extra, dus ik vond het best, al had ik geen idee wat het was. Nagellakken was gratis, dus ook maar een kleurtje erop, doe eens gek dacht ik. Ik lak nooit mijn nagels en de enige keer dat ik dat ook heb laten doen was ook al in Afrika, in Gambia, 13 jaar geleden. 

Van de kapper naar de pedicure

Frank was ondertussen naar de kapper geweest en had zijn baard laten trimmen, maar ik was nog niet klaar toen hij me kwam halen en toen besloot hij om ook maar zijn voeten te laten doen. We hebben ervan genoten en onze voetjes c.q. voeten 😉 zagen er weer prima uit en voelden heerlijk! Echt een enorm verschil. Ik heb me weer voorgenomen dit vaker te laten doen, maar ik denk zomaar dat er wel weer een interval van 13 jaar tussen zal zitten… En het zal vast wel weer in Afrika zijn, die pedicure-behandeling. 

Hierna zijn we naar mijn reisagent gelopen. De pedicure zat bij hem in de straat, lekker makkelijk (wel speciaal gezocht op gegoogeld). Met iedereen op het reisbureau weer even gekletst. Ze waren allemaal nog een beetje suf van het feesten (Suikerfeest). Toen heeft de chauffeur ons naar luxehotel Savanne gebracht, waar we ons lekker konden opfrissen op een kamer en beetje relaxen aan het zwembad voor we naar de luchthaven zouden worden gebracht. Dat hotel en de chauffeur had mijn reisagent ook geregeld, toch handig dit soort connecties. Om 19:00 uur weer opgehaald door de chauffeur die ons naar een goed restaurant zou brengen voor onze voorlopig laatste maaltijd in Afrika. Ik had een leuk restaurant gevonden op internet en vroeg hem ons daar naartoe te brengen. Dat bleek echter gesloten te zijn vanwege renovatie. Gelukkig wist de chauffeur een ander goed restaurant vlakbij, Le Dagorne. Daar was het best druk! Het was lekker eten en een prima bediening. Rond 21:00 uur kwam de chauffeur ons weer ophalen om ons naar de gloednieuwe luchthaven te brengen. Werkelijk een schitterend gebouw, maar nog zo nieuw dat er nog vrijwel niks van winkeltjes of restaurants was, alleen een bar met luxe snacks. 
De zoon van Salif reed ook mee naar de luchthaven, want hij ging een vriend daar ophalen die zou arriveren uit Italië. Samen waren ze bezig met het opzetten van een bedrijf voor online gokken. Hij sprak vloeiend Italiaans, had daar tot voor kort gewoond bij zijn moeder, Wolof, Diola en Madinka, de talen die in Senegal worden gesproken, en een beetje Engels en Frans. Onlangs waren zijn ouders gescheiden vertelde hij en hij was begin dit jaar naar Senegal gekomen, bij zijn vader. Wij denken dan altijd hoe groot zo’n overgang wel niet moet zijn als je altijd in Italië hebt gewoond. Maar het leek alsof hij het allemaal even gewoon vond. 

Het was iets van een uurtje rijden naar de luchthaven en om 01:00 uur vertrok onze vlucht naar huis, met een tussenstop van iets van 3 uur in Lissabon. Alles voorspoedig verlopen, hoewel TAP niet erg comfortabel is. Je zit daar echt opgevouwen, zeker als je zoals Frank 1.92mtr bent en wij zeuren echt niet snel, maar de service en maaltijden zijn werkelijk waardeloos. Maar ja, wel goedkoop, alle waar naar zijn geld.  En dus ook weer TAP geboekt voor onze reis terug naar Dakar op 9 januari a.s. Maar nu toch maar stoelen met extra beenruimte geboekt.

Thuis wachtte ons veel leuks en liefs in de vorm van bloemen, lekkere wijn, een cadeaubon voor De Beyerd (van onze lieve ‘logees’ Rick en Mirjam) en welkomstkaartjes. En we hebben heerlijke maanden gehad met bezoekjes van en aan vrienden en familie, leuke uitjes, lekkere etentjes, motorvakantie in Zwitserland (en in de Pyreneeën voor Frank met zijn motorclub) en ons ook nog nuttig gemaakt als bestuurder van de VvE en met een opdracht bij een museum in Rotterdam en een autosleutelcursus (Frank) en als vrijwilliger huiswerkbegeleiding en Taalmaatje voor een Syrisch gezin en cursus Portugees (Stina) en samen met het opzetten van een project in Gambia met Omar. En natuurlijk met allerlei voorbereidingen voor ons volgende reistraject, waarschijnlijk door Senegal, Gambia, Guinee (-Conakry), Guinee-Bissau, Sierra Leone, Liberia (?), Ivoorkust, Ghana (en Burkina Faso misschien). Bizar maar waar, de dagen en weken vliegen voorbij. Maar nu zijn we wel weer heel erg toe aan Afrika…We staan te trappelen om weer op reis te gaan. Over precies drie weken en het feest kan weer beginnen! Joepieieieieieieie!!!

Comments

  1. Jan van Doorn says:

    Hallo Afrikaansers !
    Dit laatste lange verhaal waar je echt even de tijd voor moet nemen zit vol bijzondere ontmoetingen, die aardig weergeven hoeveel verschillende mensen jullie ontmoeten en hoe aardig die contacten kunnen zijn.
    Daar tussenin allerlei avonturen waar ik liever geen deelgenoot van zou zijn.
    Maar bedankt dat je mij zo uitgebreid deelgenoot maakt van jullie reis !
    Heel veel succes in 2019 ! En blijf schrijven 👍👍

    1. Dag Frank,
      Wij spraken elkaar vorige week in Sukutakamp in Sukuta in Gambia.
      Wij spraken elkaar over diverse Afrika onderwerpen waaronder het nut en onnut van Ontwikkelingshulp waar ik ook zijdelings mee te maken heb.
      Je vertelde dat je vrouw antropologe was en dat ze een onderzoek over dat onderwerp had gedaan. Ik vroeg toen omdat het onderwerp me zeer interesseert of ik een kopie van het onderzoek kon krijgen. Je reactie was Geen probleem maar het kan wel enige tijd duren en je gaf me je visitekaartje.
      Zodoende kom ik op deze internetsite terecht die ik nu ga lezen. Ik zie tzt gaarne een kopie van het onderzoek tegemoet

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.