Mauritanië blijft verrassen: krokodillen, pizza’s en dokter in sporttenue

Onze vorige blog eindigde met de aankomst in Atar na ons woestijn-avontuur samen met Louis, waar we op camping Bab Sahara, van de Nederlander Justus, een paar dagen hebben gestaan. Een fijne camping met hangmatten en leuke zitjes, prima vertoeven daar. Atar zelf is een redelijk grote stad voor Mauritaanse begrippen met een vrij grote markt. Maar geen terras of iets te bekennen helaas. Nou ja, er waren er twee, elk met een tafeltje en twee gammele stoelen, maar heel onduidelijk of je er ook iets kon krijgen. Toch maar een poging gedaan en wat dan altijd zo grappig is, alles wordt geregeld! We vroegen koffie met een beetje melk, dus dat ging die man een paar pandjes verderop in een winkeltje kopen. En vervolgens kregen we lekkere koffie. Het was 12:30 uur dus we hadden ook best een beetje trek en hadden net lekker vers stokbrood gekocht waaraan we zaten te knabbelen. Tot onze grote verrassing, en vooral Franks grote vreugde, kwam die man toen aan met een schaaltje frietjes, zelfgemaakt, ‘voor bij het brood’ zoals hij zei. Geweldig toch?! Dat was natuurlijk snel op, jullie kennen Frietje Frank ;-), en toen kwam hij meteen weer een schaaltje brengen. Wat een feest. Hadden we meteen ook geluncht. Blijft zo leuk, eerst denk je dat er niks is en niks te krijgen is en vervolgens zit je toch aan koffie met zelfs frietjes erbij.

Er was verder helaas weinig te koop in Atar. Geen melk, geen kaas, en erger, nauwelijks groenten. Het is een stoffige stad met gammele huizen en gebouwen. En omringd dus door woestijn. We begrepen er niks van dat Justus hier al 21 jaar woonde. Het blijkt maar weer eens dat ieder mens anders is (gelukkig!).

Twee dagen na onze aankomst op de camping kwam er een Duits stel, ook met een Landcruiser. Zij hadden de bekende spoorlijnweg vanaf Nouadhibou genomen en zo in 2,5 dag Atar bereikt (via deze route reist vrijwel iedereen naar Atar, niet zoals wij zijn gegaan). Ze hadden nog een mankement aan de auto die in de grote werkplaats van Justus verholpen is.

We hadden Justus gevraagd wat nog een mooie route zou zijn en hij adviseerde naar Tidjika te rijden en dan langs de rivier in het zuiden naar de grens met Senegal te rijden. Vrijwel iedereen rijdt van Atar rechtstreeks naar de hoofdstad Nouakchott en van daaruit naar de grens van Senegal. Maar dat laatste stuk is een vreselijk slechte en saaie weg. Daar hadden we al weinig zin in. Dus het voorstel van Justus om een hele andere weg te nemen en mooi langs de rivier te rijden, sprak ons enorm aan. Zou veel langer duren, maar de bonus was dan ook nog eens dat we de woestijnkrokodillen zouden kunnen gaan zien. Dus we besloten dat te doen. De Duitsers, Jennifer en Daniël, vroegen een dag later of ze met ons mee mochten rijden, zij wilden ook heel graag de woestijnkrokodillen zien. Het klikte prima tussen ons, dus we vonden het een leuk plan om samen te reizen. En door onze goede ervaring met het samen reizen met Louis waren we ook een beetje over onze ‘groepsreis-angst’ heen.

We hadden nog geluk. Daniël zei dat hij dan wel de stempel voor de auto die we bij de grens hadden gekregen moest zien te verlengen, omdat die binnenkort afliep en de route die we nu zouden nemen veel meer dagen in beslag zou nemen. Wij hadden geen idee waar hij het over had. Maar toen bleek dat wij met hetzelfde probleem zaten! Ook wij hadden maar voor 20 dagen toestemming gekregen om met de auto in het land te blijven (heel gek, het visum is voor 30 dagen!), dat zouden wij ook niet halen! Hadden we helemaal niet gezien. Ha, ha, we zijn een beetje te relaxed bij grensovergangen geloof ik. Dus zitten niet overal bovenop. En dan krijg je dus dit. Maar geen nood gelukkig, want Justus wist wel een kantoortje in Atar waar we een verlenging konden krijgen en dat was ook zo geregeld in dit land waar iedereen, ook de officials, altijd super vriendelijk en behulpzaam zijn.

Justus had ook een wasmachine, dus we hebben mooi alles kunnen wassen. Was nog wel weer grappig. Frank had aan de auto geklust en zijn t-shirt zat zo onder diesel dat we maar besloten die stomweg weg te gooien. Nou ja, ik had al een vermoeden, dus had hem niet in de prullenbak gegooid, maar over de rand. Dat duurde dus precies vijf minuten en toen had een van de werknemers van Justus hem al gepakt. Begrijpelijk. Maar des te onthutster was ik toen het volgende gebeurde. We waren in Atar boodschappen wezen doen en tien meter verderop op het ‘terras’ gaan zitten (met die frietjes dus) en toen we daar weggingen was mijn pet weg. Overal zoeken, nergens. Ik terug naar de winkel waar we wat spullen hadden gekocht en vragen of ze een pet hadden gevonden. Eerst reageerden de mannen nauwelijks, maar toen ik bleef vragen zeiden ze rustig dat ze die gevonden hadden en die lag nu in de prullenbak! Ik dacht even dat ik het niet goed verstond, maar toen ik in de prullenbak ging kijken lag daar inderdaad mijn pet! Nou vraag ik je! Zo maar weggegooid! Dat bedenk je toch niet? Om twee redenen niet: waarom waren ze niet even gaan kijken of ik nog in de buurt was om mijn pet terug te geven, maar vooral: kon dus werkelijk niemand mijn pet gebruiken? Het is best een mooie (weliswaar 15 jaar oude…) pet hoor! 😉 Ik was in elk geval blij hem weer terug te hebben, gelukkig lag er verder helemaal niks in die prullenbak.

Na vijf dagen op de camping van Justus te hebben gestaan, zijn we op 16 april vertrokken samen met Jennifer en Daniël. Eerst boodschappen gedaan, zo goed mogelijk ingeslagen want onderweg zouden we niks meer tegen komen. De eerste helft van de weg naar Tidjika was prima asfalt, maar de tweede helft moesten we grotendeels weer door de woestijn rijden. Wel mooi, maar nam veel tijd in beslag. Soms lagen er ook grote zandheuvels op de asfaltweg zodat je dus van de weg moest. Er zijn hier dan ook zand- in plaats van sneeuwschuivers, hard nodig! En overal zie je weer dromedarissen en (wilde) ezeltjes, dat blijft zo leuk! 150 km voor Tidjika hadden we onze eerste bushcamp, mooi bij de zandduinen. Geweldig! 

Mooi kampvuur gemaakt, hoewel het snikheet was, maar ja, dat is nu eenmaal zo gezellig.

En gezellig was het met Daniël en Jennifer! Ook erg gelachen met hen, want jonge mensen (32 ofzo), net afgestudeerd en ‘dus’ tegen veel zaken makkelijker aankijken, vooral Daniël zat nergens mee. Liep gewoon over de motorkap om spullen van zijn dak te halen en hij had daar nogal veel spullen! Dat was ook al lachen, wat zij allemaal bij zich hadden! Op het einde van onze reis bleken ze zelfs een enorme barbecue bij zich te hebben. Maar ook een vuurkorf dus, een enorme slakom, een koffieapparaat (wij drinken gewoon Nescafé, vinden we prima), een poef (die gebruikten ze om de vuile was in te doen) een groot muskietennet enz. We bleven lachen om wat zij allemaal uit hun auto toverden, toch ook gewoon een Landcruiser zoals de onze. En als we vast kwamen te zitten, nou ja, Daniël ;-), dan hup, pakte hij de zandplaten alsof hij dat dagelijks deed en was hij binnen een paar minuten weer en route.

Op 17 april kwamen we in Tidjika. We hadden nog een stille hoop dat we daar weer een en ander zouden kunnen kopen maar er was werkelijk helemaal niets, maar wel… PIZZA! Ongelooflijk, dat hebben we echt in heel Mauritanië (gelukkig) niet gezien, ook niet in de hoofdstad. Net zo min trouwens als een McDonalds of Starbucks. Gelukkig bestaan die landen dus nog steeds waar die troep niet te krijgen is. We reden de plaats alweer uit toen ik een bord bij een hotel/restaurant zag staan met pizza. Toen we het terrein op reden, leek het wel gesloten, er was niks en niemand, maar er kwam toch een man en toen ik vroeg of we iets konden eten zei hij tot onze stomme verbazing dat hij wel pizza kon maken, dat zou het snelste zijn, zou een uur duren. Als we iets anders wilden (ikke, ben niet zo dol op pizza), zou dat minstens 1,5 uur duren. Dus maar voor de pizza gegaan en die stond zelfs al na 45 minuten op tafel met heel veel kaas erop. Lekker! Ik vroeg nog of we kaas bij hem konden kopen, want die hadden we dus nog nooit ergens gezien, maar hij zei dat hij alle kaas had opgemaakt op de pizza’s voor ons en dat hij alleen in Nouakchott, de hoofdstad, kaas kon kopen. Helaas. Maar we hadden mooi wel lekker gegeten! Doorgereden naar de plek waar de krokodillen zouden moeten zijn, maar er was al nauwelijks water te vinden, dus al helemaal geen krokodillen. We hebben ons echt suf gezocht, een paar uur rondgereden in het gebied waar ze zouden moeten zijn, paar keer gevraagd, maar niet gevonden. De mensen zeiden wel dat ze er waren, sommige zeiden zelfs dat er heel veel waren, en ze wezen wel een richting op, maar we konden elkaar niet verstaan, dus moeilijk om de weg te vinden. Toen het bijna donker werd, op zoek gegaan naar een goede kampeerplek. Dat valt soms niet mee, want je hebt echt schaduw nodig en je wilt niet te dicht bij een dorp staan, want dan ben je al snel heel dicht omringd door meer dan 30 mensen die echt bovenop je komen staan. Zie foto, toen we ergens gingen lunchen. Of als je een mooie boom met veel schaduw vindt, is die ook allang gevonden door de geiten en liggen er dus bergen geitenkeutels.

Na enige tijd zoeken vonden we best een geschikte plek, in de omgeving van Mbeke. Toch kwam er uit de middle of nowhere weer een man aan. Hij groette vriendelijk, wij ook uiteraard, ik vroeg of het goed was dat we op die plek zouden gaan overnachten, dat was geen probleem. Hij bleef ca. een uurtje op zijn hurken (in deze landen kunnen ze echt uren op hun hurken zitten, ongelooflijk) zitten kijken naar ons, zei niet zo veel en ging toen weg, ons prettige avond wensend. De volgende ochtend kwam hij weer en vroeg om medicijnen. Dat doen mensen hier nogal eens. Hij zag er inderdaad niet gezond uit, maar ja, wij zijn geen dokter, kunnen slecht zomaar wat geven al denken zij dat dat wel kan.

De volgende dag weer gaan rondrijden, op zoek naar de krokodillen, maar tevergeefs. Na een tijdje kwamen we jongens van een jaar of 14 tegen aan wie ik vroeg of ze wisten waar de krokodillen waren, maar ze spraken helaas geen Frans. Toen mijn beste tekenkunsten aan de dag gelegd en een krokodil in het zand getekend met een stok. Maar er ging nog geen lampje branden, zo goed kan ik blijkbaar niet tekenen… Ik had gelezen dat er ook apen waren waar de krokodillen waren en vond in onze reisgids (we hebben een gids bij ons voor alle landen in West Afrika) een foto van een aap en wees die aan. Dat begrepen ze wel. Ze zeiden meteen, ah, Matata, en daar zouden inderdaad de krokodillen moeten zitten. Dus ik beduidde hun of ze in de auto wilden stappen om ons de weg te wijzen. Dat begrepen ze eerst niet maar na wat meer uitleg wel en ze konden zelfs een prijs noemen die we daarvoor moesten betalen. We waren akkoord. Nog zeker een uur gereden, totaal verlaten terrein, hadden we zelf nooit gevonden en toen nog een stuk geklauterd (bij 50 graden, want het was inmiddels precies 12:00 uur!) en ja hoor, ver beneden ons zagen we krokodillen in een poel. Bizar! Moeilijk te fotograferen, maar we hebben ze echt gezien en alleen al die prachtig blauw groene poel zo midden in de woestijn en de rotsachtige omgeving was erg bijzonder.

“De woestijnkrokodillen stammen uit de tijd dat de Sahara nog tropisch groen was. Nadat het klimaat zo’n 6000 jaar geleden begon te veranderen, stierven de dieren door gebrek aan water bijna overal uit”. Alleen in Tsjaad en in Mauritanië leven er nog (in Mauritanië ca. 10!). Een paar vissen zijn hun enige voedsel en de krokodillen lijden dus meestal honger.”

De jongens weer teruggebracht naar waar we ze hadden opgepikt en toen wilden we ‘even’ naar Kiffa rijden, dat leek niet zo ver op de kaart, maar dat viel tegen. Kortom, we hebben nog een nachtje wild gekampeerd, op zo’n 170 km van Kiffa af.

Onlangs stond in het NRC nog dit artikel over de krokodillen:

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/08/krokodil-in-de-woestijn-a1591365

De volgende dag is het ons toch gelukt om de weg naar Kiffa te vinden. Na drie dagen wild kamperen in de hitte, waren we, en zeker Jennifer en Daniël die geen airco in de auto hebben (geen doen volgens ons oudjes ;-), wel toe aan een hotel met airco en een koude douche. Maar er was weinig aanbod in Kiffa. Toch iets gevonden wat wel aardig leek, maar best duur, €32 voor een erg simpele kamer. Maar wel douche en toilet en airco. Hier ook lekker vis gegeten, met, jawel weer feest voor Frank, friet! Luxe dagje dus. We hadden nog geprobeerd te onderhandelen over de prijs, er waren geen andere gasten namelijk, maar de eigenaar gaf geen krimp. Later zagen we allerlei auto’s van hulporganisaties en dat verklaarde veel. Onze ervaring is dat overal waar hulporganisaties komen, de hotelprijzen stijgen en de hotels daar genoeg aan verdienen, dus een klant meer of minder maakt hun niet uit.

In deze plaats ook naar een kliniek gegaan. Frank had een wondje aan zijn voet dat maar niet dicht wilde gaan. De kliniek zag er niet slecht uit, maar we werden naar een ander gebouw gebracht dat er aan de buitenkant – we zijn niet binnen geweest – vreselijk uitzag, net een afbraakpand. De man die ons ernaar toe bracht, ging de arts bellen die in dat gebouw zou zitten (of liggen denk ik eigenlijk…). Die kwam er na een minuut of 10 aansjokken, in een korte broek en tanktop… Het was een Chinees die geen woord Engels of Frans sprak. Maar hij ging de wond schoonmaken met jodiumpropjes uit een flesje, zonder zijn handen of het tangetje waar hij het watje op deed te steriliseren. En de ‘behandelkamer’ was zo vreselijk smerig met allerlei troep op de grond ook dat we in onze handen wreven dat we niks ernstigs hadden. De man was reuze vriendelijk, lachte heel aardig steeds, maar verder was er niet mee te communiceren. We hoefden hem niks te betalen. Wel de man die ons naar hem had toe gebracht?! Bijzonder allemaal. Maar vooral een schokkende ervaring. Zo rampzalig slecht hebben we het zelden gezien.

De volgende dag was nog weer leuk. De man die het terrein van het hotel veegde (ze vegen hier echt altijd) was een vrolijkerd. Het leek me geen Mauritaniër, die zijn veel serieuzer. Dus ik vroeg hem waar hij vandaag kwam. Senegal dus! Ik zei dat we dat zo’n mooi land vinden en dat we daar naartoe gingen. Dat vond hij prachtig. Nog prachtiger vond hij het toen Frank muziek uit Senegal (Ismaël Lô, Senegal) ging opzetten. Hij ging meteen dansen, zo leuk. En een andere man deed mee, met zijn bezem als ‘danspartner’. En een vrouw die ook uit Senegal bleek te komen, werd ook helemaal blij van die muziek. Het gaf een hele leuke sfeer. Muziek verbindt!

We gingen op weg naar Kaedi. Maar als je in een gebied rijdt dat misschien wel zo groot is als de provincies Utrecht en Gelderland samen en waar geen weg is en je dus echt aan het ronddolen bent, dan is het heel moeilijk om je te oriënteren. En toen we eindelijk wel in de juiste richting zaten, reden we tegen een kilometerslang hek aan. Dus dat werd weer een nachtje wildkamperen, want we waren eigenlijk gewoon hopeloos verdwaald. Geen idee waar we zaten. Nou ja, toch wel, want we kwamen een bordje tegen met Dubai! Ha, ha. Zag er toen wij er waren, 15 jaar geleden ofzo, toch anders uit. 😉

Op 21 april toch Kaedi gevonden na een paar uur rijden en een mooie wildkampeerplek gevonden bij Bogue. We kwamen ook nog langs, of beter gezegd, DOOR een markt, een drukte van jewelste waar je echt op de millimeter moet rijden, maar Frank wordt daar in tegenstelling tot mij niet nerveus van, manoeuvreert overal rustig doorheen.

Ook tijdens deze tocht was het trouwens weer erg handig dat we onze walkie-talkie konden gebruiken en zo contact konden houden met Jennifer en Daniël.

Market Kaedi from Frank van Doorn on Vimeo.

Toen we er een half uurtje stonden, op onze bushcamp, kwamen er enkele jongetjes aangelopen die op een paar meter afstand gingen staan kijken, en even later op hun hurken gingen zitten en bleven kijken. Heel rustig. Nog weer even later kwamen er ook een paar meisjes. Toen ik daar naartoe liep om ze te begroeten, schrokken ze enorm en een paar rende zelfs weg. Zo’n grote witte vrouw die naar je toekomt, was toch wel heel eng. De meisjes bleven op een afstandje staan kijken. Altijd is hier alles gesplitst, mannen en vrouwen, jongens en meisjes. We gingen maar gewoon ons gang, inmiddels wel gewend aan toeschouwers en we hebben er ook altijd wel begrip voor, reuze spannend toch, opeens vreemden met auto’s als huizen die daar van alles uithalen? Maar na een tijdje kwamen er ook een drietal oudere mannen aanlopen, die ons vriendelijk begroetten en blijkbaar tegen de kinderen zeiden dat ze weg moesten gaan, want ze dropen allemaal af. Zoals iedere avond, het werd traditie ;-), trakteerden Daniël en Jennifer, die deze keer de ceremonie deed, ons op een heerlijke kopje Marokkaanse thee.

Op 22 april wilden we naar de grens van Senegal rijden, maar die bleek toch weer verder dan gedacht. Het rijden neemt altijd veel meer tijd in beslag dan je denkt, vanwege de vaak slechte wegen. Die dan wel weer heel mooi zijn! We reden langs de schitterende Senegal rivier! Frank en Daniël hebben nog een poging gedaan om vis te vangen met een zelf gemaakte hengel, maar dat is jammer genoeg niet gelukt. Wel lukte het een geit bijna om ons eten op te eten. Geiten zijn er echt altijd overal!

En hier in het zuiden waren er ook opeens runderen en paarden, die hebben we verder nergens gezien in Mauritanië. Alles was opeens anders. Ook meer groen, wat akkertjes (ook nergens gezien verder, kan ook moeilijk in het zand), het was best een soort verademing, hier lijkt in elk geval weer leven mogelijk. In de rest van Mauritanië ziet het er in onze ogen onmogelijk uit. Het is volgens mij eigenlijk onleefbaar, voor mens en dier. Wat dan wel bijzonder is, dat als er maar een schaars boompje ergens staat, daar toch altijd vogeltjes in zitten, ook in de woestijn dus. Onbegrijpelijk.

Frank vond ook nog een mooie bull en zo werd onze ‘bar’ en hele echte bullbar. 😉

We reden het Nationale Park in, dat vlak voor de grens ligt en besloten toch maar wild te gaan kamperen, omdat we de grens echt niet meer zouden halen en ons bovendien vooral ook niet wilden haasten. Maar het was een heel raar terrein hier, gedroogde klei leek het wel met enorme kieren, heel lastig lopen. Het zou toch moeten, want er was niks anders. Ook geen enkel boompje deze keer en het woei enorm. En voor het eerst enorm veel muggen. Pff, onze laatste overnachtingsplek in Mauritanië was wel de slechtste helaas. Daniël toverde echter een soort tent tevoorschijn, jawel, ook die hadden ze bij zich, die hij aan de achterkant van de auto bevestigde zodat we daar toch nog best lekker, en vooral knus (want het was maar iets van 2 bij 2 meter), zaten.

Op 23 april naar de grens gereden. Maar eerst reden we dus het Nationale Park weer uit en moesten daar betalen voor de entree (bij de uitgang, heel bijzonder) van het park (€5 p.p.). De beambte van het park vroeg of we in het park hadden geslapen. Ik antwoordde wat ontkennend want ik was bang dat we dan extra moesten betalen. Toen wees hij op de kaart van het park aan waar wij hadden gestaan. Ze wisten exact waar we hadden overnacht! Heel bijzonder. Frank zei wel dat hij de avond ervoor lichten had gezien, die zullen van hen zijn geweest. De beambte vroeg of we lekker hadden geslapen. Jazeker, zei ik. En, veel last gehad van muggen, vroeg hij wat grinnikend maar zonder leedvermaak. Ha, ha, ook dat wist hij, en hij wees op de kaart de waterpoelen aan waardoor er dus zoveel muggen waren geweest.

Het was vandaag payday! We gingen nog een brug over, waarvoor we een soort tol moesten betalen van €6, vervolgens moesten we €2,50 betalen voor het parkeren bij het douanekantoortje en uiteraard voor allerlei stempels (auto uitstempelen uit Mauritanië €10 en politie Senegal €10). Maar ook deze grensovergang ging soepel, in iets van 1,5 uur was het gepiept. Wel was het een teleurstelling dat ze ons Carnet de Passage (een soort paspoort voor de in- en uitvoer van de auto) niet wilden afstempelen, want dat moesten we in Dakar laten doen binnen 48 uur. Dat betekende een rit van zes uur heen en zes uur terug! Normaal gesproken wordt dit altijd aan de grens gedaan, nog nooit mee gemaakt (ook niet tijdens onze reis door Oost-Afrika in 2010) dat je daarvoor naar de hoofdstad moet. Maar deze beambte zei dat hij niet bevoegd was om te stempelen. Je bedenkt het niet!

Toen naar Saint-Louis gereden, een mooie koloniale stad in het uiterste noorden van Senegal, een gezellige stad ook. We waren daar twee jaar geleden al geweest, maar ik had me niet goed herinnerd dat het zo’n fraaie en leuke stad was. De overgang van Mauritanië naar Senegal, en in het bijzonder Saint-Louis, was enorm! Opeens weer overal bloeiende struiken en bomen (opeens realiseerde ik me dat je die in Mauritanië dus echt nergens ziet!), vrouwen in hele kleurige gewaden, alles vrolijk en uitbundig, heel veel winkeltjes waar werkelijk van alles te krijgen is, een heel bruisend gebeuren en in vergelijking met het buurland kwam het ineens rijk en overdadig over. Ik was er echt een beetje door van slag, besefte eigenlijk toen pas wat sobere en droge bedoeling het was geweest in Mauritanië. We hadden zo genoten van het hele bijzondere landschap, vooral de woestijn natuurlijk, in Mauritanië, en de hele andere wereld die je daar op alle fronten ziet en ervaart, dat het niet tot je doordringt wat een soort van grauwe wereld, maar dat klinkt toch echt ook weer te negatief, het daar is. Rauw op een bepaalde manier.

Frank en ik wisten in Saint-Louis nog een leuke plek om te lunchen, hotel de la Poste, met een prachtig terras aan de rivier. Dus wij daar met ons vieren naartoe. En ook dat overviel ons opeens. Een echt luxe hotel, een mooi koloniaal gebouw, met een echt gezellig terras en een echte menukaart met heel veel keuze! Maar helaas ook met opeens echte prijzen. Duur! Daar schrokken we wel van. We namen het goedkoopste van de kaart en de mannen namen uiteraard een biertje, dat was er opeens ook weer, en waren €30 voor ons vieren kwijt. Echt, ja ook echt ;-), even slikken. Vervolgens boodschappen gedaan. Ongekende luxe ook. Dat komt omdat er best veel expats en westerse ondernemers in Saint-Louis wonen.

Toen doorgereden naar camping Zebrabar, 20 km ten zuiden van Saint-Louis, gelegen in het Nationale Park Langue de Barbarie, dat bekend staat om zijn grote hoeveelheid vogels. De camping heeft veel mooie bomen, dus heerlijke schaduw. En we zagen al meteen verscheidene fraaie vogels! Prima faciliteiten, maar een dure camping, €15. ’s Avonds gezellig gebarbecued op de geweldige bbq van Daniël en Jennifer. Wijntje erbij, wat een feest toch!

Zoals jullie wel duidelijk zal zijn, hebben we enorm genoten van Mauritanië en hebben ons, ondanks het negatieve reisadvies, geen moment onveilig gevoeld. Maar ik denk dat dat de kwestie ook niet is. Er bestaat gewoon de kans dat er iets gebeurt, kidnappings of erger. Maar die kans is wel heel klein denken we. We denken zelfs dat over een aantal jaar Mauritanië een echte toeristische bestemming zal zijn. Want mensen willen graag steeds iets anders en dat krijg je volop in Mauritanië! We zijn heel blij dat we het nog heel authentiek hebben gezien, zoals we in ons reizende leven al zoveel puurs hebben gezien dat inmiddels wordt overspoeld door toeristen, zoals Koh Samui in Thailand en de Serengeti in Tanzania. We voelen ons enorm bevoorrecht dat we dat nog hebben mogen zien en ervaren toen er nog nauwelijks toeristen kwamen. We denken dat we dat geluk nu weer hebben gehad. Maar wie weet, gebeurt er toch weer wat en blijkt het toch echt gevaarlijk te zijn. Een paar weken later kwamen we een man tegen in Senegal die half Mauritaans was en zeer verbaasd was dat wij door de woestijn daar hadden gereisd en als eerste zei dat dat ‘très dangereux’ was. En toen ik hem vroeg waarom, antwoordde hij vanwege Al Queda. Het is misschien maar goed dat we hem hebben ontmoet na ons uitgebreide bezoek aan Mauritanië…

Maar je moet er wat voor hebben om Mauritanië te bezoeken. Zoals veel slechte wegen en weinig voorzieningen. En… altijd en overal zand. In je haar, in je oren, in je neus, in je pannen (ja, dat zand kwam zelfs door ons goed afsluitbare kastjes in de pannen terecht!), in je bed, in je eten, in je kleren. Zoals een hele goede vriend zei: volgens mij ga je zelfs zand ademen. Ik had steeds een beetje last van de huid onder mijn borsten. Begreep er niks van. Totdat ik in Senegal mijn bh’s ging wassen… daar kwam werkelijk een kopje zand uit! De andere kant is dan weer dat mensen je vaak heel hartelijk begroeten en ook onderweg vaak een duim omhoogsteken of een handdruk in de lucht maken. Ze vinden het prachtig dat je hun land bezoekt. Anderen, zoals eerder gezegd, lijken er niet echt blij mee of blijven in elk geval heel afstandelijk. Maar zelden of nooit onvriendelijk.

Dit hele verhaal heb ik geschreven op een mooie plek in Oussouye, in het zuidwesten van Senegal, in de Casamance regio. We zijn nu alweer iets meer dan een maand in Senegal. Dus weer lopen we enorm achter met onze blog. Maar we hebben een excuus! We waren bijna gesmolten. 😉 Maar daarover, en over de magnifieke belevenis van het bijwonen van een initiatieritueel en van tv opnames en nog veel meer leuke belevenissen in de volgende blog meer.

Tenslotte nog iets dat ik vergeten was te schrijven in de blog van de Westelijke Sahara en toch wel erg leuk is. Vlak voor de grens van Mauritanië kwamen we een auto met panne tegen. Daar zaten vier passagiers in. Wij uiteraard stoppen, je moet elkaar helpen immers, en ze vroegen of we de chauffeur mee wilden nemen naar de volgende plaats zodat hij reparatie van de auto kon regelen. Dat hebben we gedaan en hij had enorm geluk volgens ons dat die plaats maar iets van 20 km verderop was, want verder is er niet veel in de Westelijke Sahara, dus dat had wel veel langer kunnen duren als hij op een ander stuk was gestrand. Maar ik schrijf het om de volgende reden. We vroegen waar ze naartoe moesten. Conakry zeiden ze. Huuuh, dat is in Guinee! Jee, wat ver zeiden wij, zeker gezien de toestand van de wegen hier waar je in het gunstigste geval maar iets van 60 kan rijden. Maar zij zeiden doodgemoedereerd dat het ‘maar 2 dagen rijden was’, helemaal niet ver… Ha, ha, zij bleken hun hand er niet voor om te draaien, deden het als een soort woon/werk verkeer en iedereen maar doen alsof wij zo iets bijzonders aan het ondernemen zijn. En jullie zullen begrijpen dat zij echt niet in een Landcruiser reden, niet eens een 4×4, maar een gewone (nou ja, gewoon, een gammele…) personenauto. Wij moesten er erg om lachen. Verschil van perspectief zullen we maar zeggen.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments

  1. Hans en Gerda Burger says:

    Weer een schitterend verslag!

  2. Harrie Gooskens says:

    Je neemt ons echt mee Stina.

  3. Anneke says:

    Wat een leuke avonturen weer en wat leuk om jullie stemmen weer eens te horen. Techniek staat toch voor niets!

  4. Ria en Gerard den Hengst says:

    Wat hebben we weer genoten van al jullie avonturen. Geniet van het vervolg van jullie geweldige reis.

  5. Xander says:

    Mooi verhaal!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.