Guinee-Bissau, creatief met batik en bij de gesloten grens

Op 9 februari laten we Gambia achter ons en steken we weer (want Gambia wordt omgeven door Senegal, dus zowel in het noorden, oosten als zuiden is er een grens met Senegal) de grens over naar Zuid-Senegal, naar de prachtige Casamance provincie, de groene regio met veel waters in Senegal waar een groot deel van inwoners zelfstandig wil worden, dus vaak ongeregeldheden hier. We rijden door naar de voor ons bekende kustplaats Abene en verblijven vier nachten bij Little Baobab, waar we in juni 2018 ook enkele nachten hebben gestaan, zeer naar onze zin. Khadi, de eigenaar, is blij ons weer te zien. Wel is zichtbaar dat ze nog steeds erg lijdt onder het overlijden van haar man in november 2017, de schrijver Simon Fenton, een Engelsman die in Dakar is verongelukt. Khadi heeft het moeilijk zowel mentaal als financieel. Haar superleuke zoontjes herkennen ons niet meteen, maar na een paar uurtjes is het ijs snel gebroken en zijn ze voortdurend bij ons. Frank repareert hun fietsjes waar ze heel veel op rijden. We gaan ook een middagje met hun naar het strand, dat is een half uurtje lopen. Nou ja, lopen, Guliver en Alfie, 6 en 5 jaar, rennen en springen het hele stuk.

Opeens zijn ze helemaal opgewonden bij het zien van een bepaalde vrucht. Er hangen niet veel van die vruchten in de boom, maar Frank weet er met zijn lengte toch een paar te plukken tot hun vreugde. Het lijkt alsof we ze een Magnum ofzo geven, zo verguld zijn ze met de vruchtjes.

Eten van de bijzondere vrucht

Er komen ook al snel vijf andere jongetjes aan hollen die ook graag willen delen in de ‘buit’. Ze krijgen ook een paar vruchtjes van Gulliver en Alfie. Heel schattig altijd hoe goed kinderen hier vaak kunnen delen. Eenmaal bij zee aangekomen, springen de jochies er enthousiast in en spelen heel uitgelaten met de golven, erg leuk om te zien. Ze zijn helemaal in hun element, duidelijk te zien dat hun vader hun zwemmen heeft geleerd en dat ze waarschijnlijk nu niet meer vaak bij zee komen, omdat moeder niet kan zwemmen denken we.

Op de compound van Kahdi lopen een aantal grote eenden die zowel dorst als honger hebben. Dat is hier in Afrika altijd het probleem met dieren, ze hebben altijd veel te weinig eten en vaak ook geen drinken. Heel naar om te zien, maar we hebben er wel begrip voor, want de mensen hebben al genoeg aan zichzelf. Leven is toch vaak overleven. Dan heb je geen aandacht voor dieren, en al helemaal geen geld om die te voeden. Maar toen op zekere dag de mannen water gingen putten uit de put die ook op de compound staat, was Frank er als de kippen bij om ook water in het vijvertje te gooien. O, wat waren de eenden blij!

Die gingen echt meteen heerlijk uitgebreid badderen en drinken, meerdere keren op een dag steeds. Voor ons een leuk schouwspel. De katten en honden voerden we steeds droog brood, dat gretig werd opgegeten, dus dat zegt wat van de honger. De geitjes gaven we afval van de groenten. Iedereen blij! Maar ja, wel maar voor een paar dagen, want toen gingen we weer weg.

Maar eerst hebben we nog een bezoek gebracht aan mijn studiebegeleider van culturele antropologie, Jos van der Klei, die gedurende een half jaren Abene woont en het andere half jaar in Amsterdam. Heerlijk over Afrika zitten praten. Ook wel onthutsend, want hij was niet erg positief over de Afrikanen. Hij was het ook die destijds, tijdens mijn afstuderen in 2005, zei dat we beter konden stoppen met ontwikkelingshulp, helemaal de stekker eruit, dan zou misschien de halve bevolking sterven, maar had de andere helft wel kans om iets op te bouwen. Ook over hulporganisaties had hij shockerende anekdotes. Zo had hij een keer zelf een project opgezet, scholen voorzien van toiletten. Unicef had geen idee gehad wat zij met hun geld moesten doen – dat geloof je toch niet?! – en had toen maar meisjestoiletten laten bouwen bij de scholen, iets anders konden ze niet bedenken. Het huis van Jos bleek heerlijk koel te zijn, binnen leek er wel een airco aan te staan, maar er hing niet eens een ventilator. Het was gewoon heel goed gebouwd, naar ontwerp van zijn dochter die architect is. Het huis is ruime tuin is te koop, voor €90.000.

Op 13 februari zijn we naar Ziguinchor gereden en daar op de camping gestaan. Nadat we wel eerst even gescoord hadden op de vismarkt, die we ook nog kenden van vorig jaar: pond super verse reuze gamba’s voor €3! Dus dat was smullen ‘s avonds!

De volgende dag het visum voor Guinee-Bissau geregeld. Het makkelijkst te regelen visum op deze reis: in tien minuten in orde! Bijna altijd moet je er minstens een paar uur en soms zelfs enkele dagen op wachten en soms moet je ook heel veel documenten, zoals gele koorts vaccinatie, rijbewijs enz. toevoegen. Voor Guinee-Bissau niks van dit alles, lekker simpel. Maar ja, wie gaat er nou ook naar Guinee-Bissau?? We zijn allebei nog bij de pedicure geweest in Ziguinchor. Dat is altijd hard nodig hier. Je voeten worden zo vuil en zoveel eelt door steeds op slippers te lopen. Maar na betaling van €16 voor ons beiden, hadden we allebei weer lekkere poezelige voetjes. 

Op 15 februari naar Hathioune gereden, het dorp waar ik in 2005 ook onderzoek heb gedaan en dat ik dus graag nog eens wilde zien en Frank ook. We hadden al eerder een poging ondernomen om daar naartoe te rijden, maar toen was er een grote brand en werden we gewaarschuwd dat we mogelijk een boom op de auto konden krijgen. Dat risico maar niet genomen, dus maar omgedraaid en weer 1,5 uur terug gereden. Deze keer ging het goed. Toen we in Hathioune aankwamen, kwam er meteen iemand naar ons toe om te vragen of hij kon helpen. Hier komt nooit een blanke, dus hij was uiteraard benieuwd wat we kwamen doen. Ik zei dat ik op zoek was naar het huis van Adrie waar ik in 2005 had gewoond, samen met haar. Hij liep met ons mee om dat huis te wijzen en de broer van haar Adries man bleek er nu te wonen. Adrie is inmiddels overleden. Zij heeft verschillende projecten opgezet in Senegal en daar heb ik toen onderzoek naar gedaan. Het huis bleek erg eenvoudig en ik schrok zelfs een beetje van de kamer waar ik samen met Adrie op hetzelfde bed – er was niet meer slaapruimte – had geslapen, zo armoedig kon ik het me niet herinneren.

En nu was er dan zelfs nog een toilethokje buiten, destijds alleen een gat in de grond achter de bosjes. Pff, soms denk ik wel eens, hoe heb ik het uitgehouden. Er waren inmiddels meer mannen gekomen, iedereen vond het erg leuk dat we er waren en we werden uitgenodigd voor de lunch die we gezamenlijk met de mannen, uit dezelfde schaal etend naar Afrikaans gebruik, hebben genuttigd. Toen nog wat door het dorp gelopen, waar uiteraard de kinderen op af kwamen, eindelijk eens een verzetje tenslotte.

De kids van Hathioune

Iedereen wilde graag dat we ook bleven slapen, maar daar hebben we voor bedankt en we zijn doorgereden naar een volgende bekende plek gereden, Campement Aljowe in Oussouye. Ook daar waren in juni 2018 een paar dagen geweest en vonden we een top plek. Helaas waren ze er nu een muur aan het metselen, dus nogal veel bouwmaterialen in de tuin, maar we konden er gelukkig toch nog net staan, echter niet zo idyllisch onder de cashewnoten boom als vorig jaar. Maar de voorzieningen zijn hier erg goed en het kamperen en eten allebei erg goedkoop, €3 voor kamperen en €3,50 voor een lekkere maaltijd. En aardige mensen. Het is van een Zwitser, maar zijn Senegalese vrouw runt de tent. We zijn hier vijf nachten verbleven. De Duitser die we in Gambia op de camping waren tegen gekomen, die met een vriendin reisde, kwam ook nog heel toevallig. En er kwam nog een jong stel uit Slovenië die ons lekkere espresso aanbood, heel lief, en met wie we heel gezellig hebben gekletst en ook tips hebben uitgewisseld. Zij waren al in Guinee geweest, dus konden ons daar een en ander over vertellen, wat wel fijn is, omdat er voor de rest heel weinig informatie over te vinden is. 

Ook nog een dag weer naar Ziguinchor gereden, om de beugel waarop het reservewiel rust te laten repareren. De reparatie was zo gefikst, maar het probleem is hier altijd: spullen! Ze hebben niks. Dus werd de hulpmonteur er met een brommertje op uit gestuurd om kogellagers te vinden, die na een uurtje terugkwam met prima kogellagers. In Ziguinchor zijn goede restaurants en we hebben dus heerlijk kunnen lunchen bij een nogal luxe restaurant,

Lekker lunchen aan het water

prachtig aan het water gelegen, Hotel Kadiandoumagne, ons aangeraden door Jos van der Klei, mijn prof die mijn studiebegeleider was voor culturele antropologie. Natuurlijk ook weer lekker vis gekocht, een kilo voor €4, gefileerd en al! En rechtstreeks uit zee, dus super vers!

Op 20 februari zijn we de grens overgestoken naar Guinee-Bissau. We moesten voor het eerst ‘road-tax’ (van €7,50) betalen, wat nogal op onze lachspieren werkte gezien de miserabele conditie van de wegen. Het was echt vreselijk, gatenkaas! 

150kg rijst op je brommer valt niet mee…

We zijn naar de kustplaats Varela gereden en hebben daar heerlijk aan een prachtig geheel verlaten strand gestaan. Vanaf de afslag naar Varela was het nog 55 km rijden, maar zeg maar ploeteren, meer dan drie uur over gedaan. Dat was helemaal geen weg meer te noemen. Maar het strandverblijf maakte alles goed. Wildkamperen op zijn best zeg maar. Geen mensen en prachtig strand.

Het strand voor ons alleen

Op 22 februari zijn we naar de hoofdstad, Bissau, gegaan, waar we vijf nachten zijn verbleven bij pension Almaguire, van een Duitser. Hier konden we ook kamperen. En er was zelfs een zwembad!  De volgende dag Bissau gaan verkennen, waar je nog wat oude Portugese gebouwen kunt zien.

We hebben heerlijk geluncht in een echt leuk Portugees uitziend tentje, Jordani. We hadden daar een zeer rijk gevulde groentesoep, zalig! Zelden krijg je groenten bij je eten, dus zoveel groenten in de soep hadden we echt niet verwacht, een feest voor groenteliefhebbers als wij zijn! In Bissau bleek tot onze verbazing ook een hele luxe hotel te zijn, net geopend, Ceiba.

Heel bijzonder, geen gast te bekennen en we zouden ook niet weten wanneer die er wel komen, maar we zullen ons vast vergissen. Nog een tijdje gepraat met de restaurantmanager, een jongen uit Brazilië die hier sinds twee maanden was. Wat een shock moet dat voor hem zijn geweest! Maar hij leek heel content met zijn nieuwe baan.

De volgende dagen hebben we wat toertjes in de omgeving gemaakt. Steeds wel bedoeld om daar ook wild te kamperen, maar helaas waren de plekken niet geschikt, of omdat er te veel begroeiing was, of te veel rotzooi. Het kan verkeren… Dus daarom na het bezoek aan het strand bij Quinhamel en een andere dag aan het dorp Cacheu maar weer teruggereden naar Bissau om wederom te kamperen bij Guesthouse Almaguire. Helaas, want de weg naar Bissau toe is 55 km lang een en al pothole en die weg hebben we dus voor deze twee uitstapjes vier keer moeten rijden, ca. drie uur per keer. Maar ja, dat hoort erbij, hoewel Frank er echt niet vrolijk van werd, hij schakelde zich helemaal suf.

Inmiddels had ik hem benoemd tot Master PHD…. Master Pot Hole Driver, want hij is wel een ster in de potholes te ontwijken met toch een redelijke snelheid. Ik heb me er niet aan gewaagd, denk dat we dan na drie uur nog maar 5 km verder waren gekomen in plaats van 55. Echt bedroevend slechte wegen in Guinee-Bissau. Het ironische is., is dat we juist hier voor het eerst roadtax moesten betalen van maar liefst €7,50!! Quinhamel zou volgens de Lonely Planet gezegend zijn met een “wide, palm-shaded promenade”, die dit kleine plaatsje de ‘grandeur’ zou geven die het verdient. We hebben naar beiden hard gezocht, maar niet gevonden… En toen we op het strand aankwamen dat op zich prachtig was, bleek dat als dumpplaats te worden gebruikt, dus niet erg aantrekkelijk om er te overnachten. 

Cacheu, het stadje dat Lonely Planet ook noemt als de moeite waard om te bezoeken, was daarentegen inderdaad best leuk om te zien. Eens was dit een belangrijk handelscentrum van de Portugezen en er staat nog een fort met kanonnen van die tijd en een paar koloniale huizen. Toen wij er waren was er een verkiezingscampagne gaande met veel muziek. Op 10 maart zouden de presidentsverkiezingen zijn. Overal zagen we voortdurend auto’s en brommers met vlaggen en posters van hun favoriete partij. Ook zagen we in Cacheu een mooie uil. Ook bijzonder om te zien was dat oude koelkasten, zonder stroom, werden gebruikt om alle gevangen vis in te bewaren.

Het was een leuk dagje die ook al erg leuk was begonnen: toen we wegreden uit Bissau stopte er een taxi pal voor ons en stapte daar een agent uit. Frank bromde nog boos dat zo’n agent ook maar denkt alles te kunnen maken, want wie gaat er nou zomaar bovenop zijn rem staan midden op de weg. Frank reed om de taxi heen om onze weg verder te kunnen vervolgen. Even later stopte diezelfde taxi weer voor ons en gebaarde de agent dat we naar de kant van de weg moesten. Eerst dachten we nog dat hij gebaarde dat we weer om de taxi heen moesten rijden, het was in onze ogen een nogal onduidelijk gebaar, maar gelukkig realiseerden we ons op tijd dat hij ons maande te stoppen. Toen kwam hij naar ons toe en vroeg waarom we de eerste keer niet gestopt waren. Wij: huuuuh?? Het bleek dat toen de taxi pal voor ons stil was gaan staan het de bedoeling was geweest dat wij ook hadden gestopt in afwachting van de agent. We zeiden dat we dat totaal niet hadden begrepen, omdat we hem niet als agent hadden herkend in zijn blauwe polo en ook niet verwachtten dat een agent uit een taxi stapt. Hierop zei hij dat ze in Bissau niet zo rijk waren als agenten bij ons en daarom niet een eigen wagen tot hun beschikking hadden en dus per taxi hun aanhoudingen moesten doen. Wij zeiden daarvoor alle begrip te hebben maar dat we hoopten dat hij begreep dat we dat dus niet doorhadden. Hij zei dat we een overtreding hadden begaan door op een rotonde tegen het verkeer in te rijden. Frank zei dat hij echt niet begreep waar hij het over had. Hij bleef de situatie herhalen, maar we begrepen het echt niet, ondanks dat hij nog wel zo vriendelijk was het in het Engels uiteen te zetten in plaats van in het Portugees, dat ondanks mijn cursus toch niet erg best is, zwak uitgedrukt. Een veel te moeilijke taal. Geef mij maar Frans, Spaans en desnoods Italiaans. Maar goed, terug naar de agent die we dus maar steeds niet begrepen. Hij vond dat we dan maar mee moesten naar het politiebureau. Daar hadden we natuurlijk weinig zin in en Frank zei dat het toch niet zo kon zijn dat we meteen een boete zouden krijgen terwijl we nog maar net in zijn prachtige land waren gearriveerd. Hij leek niet te vermurwen. We vroegen hem of hij de situatie wilde tekenen en dat ging hij zowaar uitgebreid doen, nadat we hem pen en papier hadden gegeven. Toen begrepen we wel opeens waar we in de fout waren gegaan en Frank excuseerde zich en zei dat hij helemaal gelijk had maar dat hij zich oprecht niet van zijn fout bewust was geweest. Nogmaals sorry, sorry en toen zei Frank, let’s shake hands, wat de agent vervolgens met een grote smile deed! Kortom: geen boete, wel ‘vrienden’, want de dagen erna als we hem weer zagen staan, zwaaiden we vrolijk naar elkaar. Blijft zo grappig in Afrika: je moet gewoon blijven communiceren, als je een fout begaat je excuses nadrukkelijk aanbieden dan komt alles goed. Zo doen zij dat ook! Vaker mee gemaakt dat er iets mis gaat van hun kant, dan zeggen ze vervolgens ‘sorry’, ‘het spijt me’ en nog wat meer in die trant en daarmeeis de kous afgedaan. Wel makkelijk eigenlijk om zo door het leven te gaan. 

Op 27 februari zijn we het visum voor Ivoorkust gaan aanvragen. We waren een paar dagen eerder al bij het kantoortje geweest, maar toen zei een dame dat degene die het visum kon regelen (de consul?) ziek was en ze vroeg ons om op 27 februari om 08:30 uur terug te komen. Dat hebben we braaf gedaan, hoewel we ons altijd afvragen waarom ze dat soort tijden zo specifiek vermelden terwijl ze echt niks met tijd hebben in Afrika. 

Een dag tevoren hadden we Michiel Mosterd bij Almaguire ontmoet, een Nederlander die in zijn eentje dezelfde tocht aan het maken was als wij en samen met hem zijn we het visum gaan aanvragen. De consul (?) zei dat we de volgende dag het visum konden ophalen. Het was een bijzonder vriendelijke jongeman. We zijn toen met Michiel koffie gaan drinken in ongeveer de enige koffietent van Bissau, waar ook expats, regeringsfunctionarissen en zakenmensen komen. Bomvol! Met echt lekkere koffie en heerlijke cakejes, zelfs de beroemde Portugese pastel de nata, mjammmie! Sommige Westerse invloeden vanuit de koloniale tijd zijn toch wel erg prettig moet ik beschaamd toegeven. Gezellig gekletst met Michiel en toen we van het terras afliepen kwamen we de consul tegen die zei dat we om 13:00 uur de visa al konden ophalen! Supertof dat hij dat zo snel had geregeld, konden we tenminste uit  Bissau vertrekken, want zo’n stad word je na een paar dagen toch een beetje zat.

We zijn zuidelijk gereden, een prachtig groen gebied met rivieren en watervallen. Verbleven in Satinho in een Pousada met dezelfde naam als het plaatsje. Pousada wekte natuurlijk hoge verwachtingen bij ons, maar het zou Afrika niet zijn als we daarin flink werden teleurgesteld. Het was een hele eenvoudige hotelkamer waar nog eenvoudiger maaltijden werden bereid. Wel een terras uitkijkend op de weg, in plaats van op de vlakbij gelegen watervallen.

Maar op de weg vindt in Afrika altijd van alles plaats dus toch best een leuk uitzicht. Voor de rest was het een beetje treurig onderkomen, vooral ook omdat het connecties bleek te hebben de jacht. Daar ging onze ‘splurge’. Hoewel, we moesten €68 in totaal afrekenen (incl. €9 voor een karafje wijn), dus financieel gezien was het toch echt een splurge. 

Op 28 februari zijn we nog dieper zuidelijk gereden, naar U’nan Camp bij Jemberen, in het Nationaal Park do Cantanhez. Het was een moeilijk begaanbare weg ernaartoe, maar wel door schitterende natuur! Het kamp bestaat uit bungalowtjes, beheerd door de gemeenschap, maar er is ook een prima plek om te kamperen, midden in het dorp. Dat maakt het bijzonder leuk, je krijgt het hele dorpsleven mee. We gingen hier eigenlijk naartoe, omdat je hier kans hebt om chimpansees te zien, hetgeen niet gelukt is, maar we hebben erg genoten van de prachtige omgeving en het dorpsleven. Wat ook erg leuk was, was dat de vrouwen van het dorp bezig waren met een project van stoffen batikken.

Vrijwel alle vrouwen, jong en oud, deden hier aan mee. De oudere dames leerden het aan de jonge meisjes. Een enkele jongen deed ook mee. Ze waren er erg druk en enthousiast mee bezig alle dagen dat wij er waren. Ook waren ze bezig om van plastic tassen draden te maken en daarmee sleutelhangers en dergelijke te haken. Allemaal erg creatief en wat zo mooi was om te zien was dat iedereen even fanatiek mee deed. Er was er niet een die er ongeïnteresseerd bij zat of zich er met een Mohammed van Leiden vanaf maakte. Vol overgave en met veel geklets en gelach waren ze allemaal aan het werk.

Op 3 maart zijn we teruggereden naar Bissau, omdat daar het carnaval groots gevierd wordt en wij dat wilden meemaken. Toen we de stad wilden inrijden, bleek dat alles was afgezet vanwege de optocht en we dus niet naar onze ‘camping’ (guesthouse Almaguire) konden rijden. Oeps, probleempje. Maar ook dat los je op door even aan de agent de situatie uit te leggen en toen mochten we toch doorrijden. Beer geïnstalleerd en meteen op pad gegaan, omdat de optocht zou beginnen. Maar daarvoor moesten we wel naar het centrum lopen, iets van vier kilometer. En lopen in het donker valt niet mee in Afrika, want er zijn geen stoepen en wel brommertjes die als een gek vaak zonder licht rijden en allerlei gaten in en obstakels op de weg, je breekt zo je nek. Maar we hebben het overleefd, ha, ha. En ondertussen kwamen we al leuk uitgedoste mensen tegen, hoewel niet erg veel. Maar hoe dichter we bij het centrum kwamen, hoe meer we zagen van een heuse optocht, erg leuk! Natuurlijk veel muziek erbij, maar carnavalskrakers kennen ze dan weer niet. 😉

Ik voelde me al een paar weken niet optimaal, had vooral veel last van enorme hoestbuien en moeheid. We besloten dus toch maar eens naar een kliniek te gaan. De Duitse eigenaar van Almaguire wist wel een goede kliniek waar hij zelf ook altijd naartoe ging, dus dat gaf vertrouwen. Helaas werd dat vertrouwen al gauw beschaamd… De doktersassistent mat mijn temperatuur en die bleek 34,5 gr. Celsius te zijn, hetgeen hij… prima vond?! Na de intake gingen we naar de Cubaanse dokter die geen Engels bleek te spreken, wat toch ook te denken geeft voor een arts…? Gelukkig sprak ze wel Frans. Ze luisterde naar mijn longen, maar dat klonk goed zei ze. Ik vroeg of het wellicht salmonella-infectie kon zijn, tenslotte staan we nogal eens onder douches die zelden gebruikt worden, maar ze keek me aan alsof ik Grieks sprak. Ze wilde me op een aantal dingen laten testen, ook voor de zekerheid malaria, en uit die test kwam dat alles in orde was maar dat de malaria-uitslag positief was. Dus een heftige kuur gekregen van vier pillen per dag gedurende drie dagen. Frank is voor de zekerheid ook getest op malaria, maar die was negatief gelukkig. De dokter zei dat ik moest stoppen met malarone, de malariaprofylaxe die we dagelijks innemen, tijdens de anti-malaria kuur. Omdat ik zeker wilde weten dat dit klopte, hebben we de Travel Clinic van het Erasmus in Rotterdam gemaild, waar we een paar uur later al antwoord van ontvingen, hoe geweldig is dat? Ze zei dat dat klopte, maar had twijfels aan de diagnose van malaria, omdat je zeer deskundig moet zijn om dat uit een test te halen. Toch doorgegaan met de kuur en na twee dagen opnieuw getest, helaas nog steeds positief. Toen er ook een antibioticakuur bij gekregen. Na een paar dagen voelde ik me wel beter en het hoesten werd ook minder. We wilden ook voor de verkiezingsdag, 10 maart, het land uit zijn, want verkiezingen en vooral de uitslag daarvan zijn nogal eens aanleiding tot enorme rellen en volksopstanden. Daarom zijn we op 9 maart toch vertrokken uit Bissau en met een overnachting onderweg, in Gabu, hotel Vision, doorgereden naar de grens waar we op de verkiezingsdag rond 15:00 uur aankwamen.

Grens gesloten…

Bad timing, want de grens was gesloten vanwege de verkiezingen! Wat nu?? Er was uiteraard geen hotel of iets. De officials zeiden dat we maar terug naar Gabu moesten rijden, maar dat was drie uur rijden over een vreselijk slechte weg, daar hadden we echt geen zin in. Dus stelden we voor om voor het douanekantoor te ‘kamperen’ en dat vonden ze ook best. Er was gelukkig een wc en een ‘douche’ (emmer met water) in het douanegebouw, waar we gebruik van mochten maken. Een bijzonder gebeuren, want we liepen dus steeds achter de balie met alle officiële documenten en registers langs naar de wc en ‘douche’ en niemand die dat maar raar vond. Omdat de grens gesloten was, zaten de beambten er ook niet, dus we hadden makkelijk iets kunnen meenemen of inkijken. Ter plaatse gekookt, wat natuurlijk veel bekijks gaf. En alle puberboys van het dorp, Pitche, wilden graag op de foto, poserend voor onze Beer.

Op de foto voor Beer en het grenskantoor

We hebben er prima in ons Beerke geslapen en de volgende dag waren we natuurlijk als eerste aan de beurt om ons paspoort te laten stempelen. De beambten kwamen onze paspoorten zelfs ophalen! Inmiddels was het heel druk geworden voor de grens met personen- en goederenvervoer, een leuk schouwspel. 

Het prettige en bijzondere is steeds dat de mensen zich weinig tot niets van ons aantrekken. Alsof ze dagelijks auto’s en mensen uit NL tegenkomen. Af en toe vraagt er wel iemand of we het hele stuk gereden hebben en hoe dan, iets vaker vraagt iemand of onze auto te koop is en regelmatig steken mannen wel hun duim op als ze ons zien rijden en krijgen we waardering en enthousiasme vanwege onze komst. 

Wij dus de grens over. Ook altijd apart, tussen de ene grens, in dit geval Guinee-Bissau en de andere, Guinee (Conakry) zit altijd een behoorlijk stuk, een kilometer ofzo, niemandsland. En verder is altijd bijzonder hoe je moet zoeken naar de juiste kantoortjes om je paspoort te laten afstempelen en een ander kantoortje altijd om het ‘paspoort’ voor de auto, de Carnet de Passage, te laten stempelen. Maar er zijn altijd wel mensen die je wijzen waar naartoe. En dan is het werkelijk altijd zo, dat we de auto ‘verkeerd’ parkeren. Er zijn uiteraard geen parkeervakken ofzo, dus je knalt de auto gewoon ergens neer, maar het maakt niet uit waar we dat doen, altijd komt er vervolgens iemand, een soort ‘official’, zeggen dat we daar niet mogen parkeren, maar dat dat daar of daar moet. Je zou denken, geef dat dan aan met een bordje ofzo. Maar ja, dat is onze manier van denken, hier houden ze van persoonlijk contact. Het gebeurt ook altijd op een vriendelijke manier. Eigenlijk de hele grensovergang gaat steeds erg prettig en best soepel. Heel anders dan onze ervaringen aan de oostkant van Afrika, maar dat is ook negen jaar geleden, dus wellicht is dat nu ook veel makkelijker geworden. 

Toen reden we Guinee binnen, weer een nieuw land. Maar daarover in de volgende blog meer. Het is tenslotte weekend en wij willen ook wel eens relaxen. 😉 Fijn weekend allemaal!

Comments

  1. Willem van der Birg says:

    Frank en Stina. Het is bijzonder leuk en heel interessant om jullie belevenissen zo op de voet te kunnen volgen. Wat maken jullie toch veel meeen wat een ervaringen. Veel pleZier nog en veel veilige kilometers toegewenst. En vooral blijven schrijven👍👍

  2. Maarten van Arkel says:

    Hoi Frank en Stina,

    Met plezier jullie verslag gelezen. Ik hoop dat jij weer goed bent opgeknapt Stina…. Trouwens, mooie foto van die kerkuil! 😉

    Liefs,

  3. adriaan says:

    Leuk weer jullie belevenissen te lezen… ☺️🥰 Maar voor mij/ons ook erg leuk dat jullie tijdelijk weer terugkomen hoor. Ik mis jullie wel… xxxxxx a

  4. Lars Schräder says:

    Als ik dit allemaal lees, dan is het echt “Leef”. Wat zijn het allemaal toch een bijzondere mooie ervaringen en blijft het weer leuk om te lezen. Thx en veel daar !

  5. Jan says:

    Deze verhalen lezen blijft een echte belevenis. Het is net of je erbij bent, zo in details wordt door je verteld. De vele foto’s maken e.e.a.nog meer duidelijk, erg interessant. Ga zo door dan kan je straks er zonder veel moeite een reisverhaal in boekvorm van maken.
    Blijf gezond en voorzichtig, tot jullie “thuisvakantie”.

  6. Mirjam says:

    Wat een geweldig stuk weer. Bedankt hiervoor want het is tof om op deze manier van jullie avonturen mee te mogen genieten. 😘😘😘

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.