De wondere wereld van wassen en weven

We gaan bijna weer naar Afrika! Joepieieiieiieiieie!!
Dus het wordt nu echt tijd om ons reisverslag van de laatste twee maanden aldaar te gaan schrijven. Steeds veel te druk geweest om dat te doen, ha, ha. Druk met allemaal leuke dingen, zoals vooral veel vrienden zien. En natuurlijk ook familie. En nog even naar Frankrijk en Duitsland geweest. En Frank ook nog naar Oostenrijk met de motorboys. En bezig met onze nieuwe reiswagen, Baloo. En met Tiny Houses. Verder druk bezig met de flat, want Frank is nu voorzitter van de Vereniging van Eigenaars. En ik heb weer allerlei vrijwilligerswerk gedaan. En… nog zo veel meer. Ook hier genieten we volop! Het is heerlijk om velen van jullie weer te zien. Maar goed, het gaat in deze blog om onze belevenissen in Afrika. Dus gaan we nu even ver terug in de tijd. 

Heel lang geleden ;-), op 9 april jl., reden we Guinee (Conakry) weer binnen. Deze keer vanuit Sierra Leone. Per abuis namen we de verkeerde grensovergang. Verkeerd in de zin dat er geen douanepost was, we reden gewoon door de bush, nou ja, gewoon, het was een mega slechte weg, meer een ezelpad, zo Guinee binnen. Lekker makkelijk zal je denken, maar het tegendeel is waar.

Zonder de vereiste stempels die je dus van douane-beambten krijgt (of koopt…), heb je een groot probleem bij de volgende grensovergang en als je in het land zelf wordt aangehouden door de politie, wat nogal vaak gebeurt. 
Kortom, we schrokken ons lam toen we opeens in Guinee bleken te zijn. En weer omkeren hadden we ook geen zin, want daarvoor was de weg veel te slecht.
We zijn naar Faranah gereden, de eerste stad na de grens met een fatsoenlijk hotel, althans, volgens de reviews. Helaas was het een bagger hotel. We wilden er kamperen, maar dat mocht niet. Toen dus maar een kamer genomen, maar daar stikte het van de mieren voor de deur. Alle andere  beetje redelijke kamers waren bezet, door vrijwilligers, dus toen stonden we erop om toch te kamperen en dan voor een smerig kamertje te betalen, waarvan we dan in elk geval de gezamenlijke douche konden gebruiken. Later die dag kwam de grote groep vrijwilligers weer terug. Je komt die altijd weer tegen, meestal bouwen ze een schooltje, zo ook deze groep. Wij moeten erom lachen, de westerling is hard aan het werk, de lokalen zitten vaak zelfs letterlijk met de handen over elkaar in de schaduw toe te kijken. Tsja, waarom zou je jezelf in het zweet werken als Europeanen en Amerikanen dat blijkbaar zo graag doen, omdat dat hun ego vergroot: kijk ons eens even goed doen! Iedereen blij zullen we maar zeggen. Maar helaas creëert het wel passiviteit en afhankelijkheid, het zogenaamde goed doen heeft dus een averechts effect. 
Het hotel was dan wel helemaal niks, de medewerkers waren weer zeer behulpzaam. Toen wij zeiden dat we nog de douane-stempels misten, leidde een man van het hotel ons op zijn brommertje naar de juiste beambten waardoor we alsnog de benodigde stempels kregen van de douane en politie. In ons paspoort werd met de hand geschreven dat het zo in orde was…?!
We moesten ook nog geld dat we over hadden uit Sierra Leone zien te wisselen, en ook daar wist onze brommerman wel een adresje voor. We verwachtten een bijzonder slechte koers, maar ja, we moesten er wel van af, maar tot onze grote verwondering kregen we een uitstekende koers. De wisselaar had er gewoon niks aan verdiend volgens ons. Ongekend! En ook de brommerman dus niet, dus die had alle moeite met ons overal naartoe brengen om niet gedaan. Bijzonder! Uiteraard hebben we hem wel een goede fooi gegeven.

De volgende dag naar Kissidougou gereden en daar verbleven in hotel Savanna. Het valt ons op dat de vrouwen hier in het oosten van Guinee vaak in een boerka lopen en soms ook met het gezicht helemaal bedekt. Streng religieus dus…
Op 11 april zijn we naar Nzerekore gereden, waar we drie nachten hebben gekampeerd bij een missiepost, een erg fijne plek met bijzonder vriendelijke Belgische beheerders, een jong stel. We konden gebruik maken van de douche en toilet van een kamer, altijd prettig! 
Er kwamen regelmatig kinderen langs die natuurlijk heel nieuwsgierig waren, ook dat is altijd leuk.

Een van de kinderen woonde vlakbij en toen ik een kijkje daar thuis ging nemen, leerde ik van de moeder dat ze altijd alle rijst een aantal keer heel goed moeten zeven en zelfs helemaal handmatig moeten onderzoeken of er geen steentjes in zitten, want die steentjes veroorzaken grote maagproblemen. Echt een heidense klus, want die steentjes zijn net zo groot als de rijstkorreltjes. Geen doen! Natuurlijk moesten de kinderen daar bij helpen, die dus geduldig om de grond alle rijstkorrels sorteerden. 
We leerden ook nog iets anders opzienbarends. In gesprek met de Belgische beheerder hoorde ik het budget van de missiepost… doe een gok! 
1 miljard!! Daarvoor moesten dan ook wel een aantal scholen en kerken worden onderhouden en natuurlijk de salarissen voor de leerkrachten en priesters van betaald worden. Maar dan nog! Het is niet te bevatten. De priester woont in een enorm groot huis vertelde hij, een soort kasteel. Hoe ongepast in zo’n straatarm land. We konden er niet over uit.

Op 14 april was het een drukte van jewelste! Allemaal mensen in mooie kleding en… palmtakken. Het was dus Palmzondag. Een prachtig gezicht, die grote optocht met vrolijke mensen en kinderen.
Ze maakten een grote ronde langs missiepost naar de kerk toe. 

Na hiervan genoten te hebben, zijn we verder gereden naar Bossou, waar we verbleven op het terrein van de parkwachters. Een prachtige plek midden in de natuur. Ook hier konden we weer gebruik maken van een kamer voor de douche en het toilet. De bewaker wilde heel graag een centje bijverdienen en vroeg ons of hij onze was mocht doen. Dat is altijd prima!

Je bent hier in het gebied van de chimpansees en voorheen werd dit nog wel redelijk bezocht en verdiende men hier dus best aardig wat, maar nu is er nauwelijks meer toerisme, dus valt er weinig te verdienen. Het is allemaal heel sneu om te horen hoe moeilijk deze mensen het hebben om hun hoofd nog een beetje boven water te houden. Er valt niks te verdienen en er is ook geen enkel uitzicht op verbetering hierin. Wij zitten vaak hierover na te denken en moeten vrijwel altijd tot de conclusie komen dat er ook werkelijk geen perspectief is. Treurig. Iedereen is dus altijd heel blij met onze komst. Dan is er weer wat te verdienen. 
Bossou is nogal een uithoek van het land. En dat wreekt zich. Er stonden weliswaar prachtige lantaarnpalen, maar niet een deed het. Toen we vroegen waarom dat niet gerepareerd werd, was het antwoord dat ze veel te ver van de hoofdstad af zitten en daar zijn alleen reparateurs met gereedschap. Dus de palen zijn er neer gezet, maar over onderhoud is nooit over nagedacht en gebeurt dus simpelweg ook niet. Je bedenkt het niet. De mensen voelden zich ook duidelijk achter gesteld in alles en terecht. Er wordt al niet veel voor de mensen gedaan door de regering, maar hoe verder weg van de hoofdstad, hoe minder naar de mensen wordt omgekeken. 
De volgende dag zijn we in alle vroegte met twee rangers op zoek gegaan naar de chimpansees. Het was veel klauteren en klimmen en dat viel lang niet mee met Franks nog steeds verzwakte enkel doordat die hem zo verzwikt had en mijn blubberknie (zonder kraakbeen), maar na 1,5 uur vonden we dan toch een enorme chimpansee, waar we heel dichtbij konden komen. Maar leuk vond hij dat niet! Hij deed op een gegeven moment zelfs een hand voor zijn ogen. Zo zielig om te zien. Alsof hij daarmee probeerde te ontsnappen aan ons gegluur. En op een gegeven moment liep hij weg. De ranger beduidde dat we achter hem aan moesten gaan. Ik vroeg nog of dat ok was, waarop de ranger alleen maar verder bleef lopen achter de chimpansee aan. Wij dus ook maar.

Toen ging de chimp weer zitten en wij dus weer gluren. En toen kwam er een jonge chimpansee aan rennen. Wij dachten nog, het wordt steeds leuker. Maar deze jonge chimp pakte een stuk hout en rende dicht naar ons toe en gooide toen dat stuk hout naar ons toe. Ik schrok me echt dood, vooral toen hij zo hard op ons af kwam rennen. Want opeens besefte ik dat als ze verkeerd willen, ze je natuurlijk echt iets ernstigs aan kunnen doen.
We zijn maar snel weg gegaan en hebben ons voorgenomen om nooit meer zoiets te doen. Het was gewoon zielig voor die dieren. We moeten ze met rust laten! Afgelopen met de eenzijdige pret, die vanwege die eenzijdigheid ook geen pret meer is. We schaamden ons echt na afloop van dit bezoek.
Je betaalt een behoorlijk bedrag hiervoor en je denkt aanvankelijk er goed aan te doen, dat het voor het behoud van deze dieren is, maar dan moet je dus geven zonder vervolgens die dieren lastig te vallen. Voortschrijdend inzicht.

Op 16 april reden we Ivoorkust binnen, het achtste land op het Afrikaanse continent dat we aandoen.
Ivoorkust is rijker dan Guinee en dat is te zien. Alles ziet er beter uit. En ons eerste hotel hier, Les Cascades in de plaats Man, is bijna luxe te noemen. We zijn laat, altijd na grensovergangen want die kosten toch altijd een paar uur, dus we dineren in het hotel en er is werkelijk behoorlijk wat keuze en we zitten in een heel aardig restaurant. Pfff, wat een verschil allemaal met Guinee. We mogen kamperen op het (openbare?) terrein voor het hotel en gebruik maken van de douche van het zwembad (ja, zelfs die is er!) en toilet bij de receptie. We staan een beetje tussen de bomen, op een heuvel. Dus we zijn erg tevreden met deze gratis plek.

Natuurlijk zijn we al snel weer ontdekt door iemand die beweert gids te zijn en ons naar de omliggende dorpen kan brengen die stuk voor stuk iets speciaals te bieden hebben met als hoogtepunt een optreden van steltdansers, waar deze regio om bekend staat. Vooral dat laatste spreekt ons erg aan, dus na wat onderhandelen over de prijs, gaan we de volgende dag met deze gids op stap, die dan achterin ons Beerke moet zitten. We waarschuwen hem dat dat erg warm is – daar is geen airco namelijk – maar dat is geen probleem, voor €30 wil hij best wat afzien. We bezoeken verschillende prachtige dorpen en zien dus het steltdansen, dat echt spectaculair is. Het is vooral altijd zo bijzonder en leuk om te zien hoe zeer de mensen opgaan in de muziek en het dansen, in het hele spektakel. Het hele dorp kijkt toe en iedereen is even enthousiast.

Dat wij er ook zijn, wordt nauwelijks opgemerkt, alle aandacht gaat uit naar de dansvoorstelling en terecht. Voor ons is het een top-dag. Zoveel moois gezien, weer zo’n compleet andere wereld binnen gestapt. Wat een rijkdom om dit allemaal te mogen beleven!

Volgens de gids kunnen we nog makkelijk twee dorpen bezoeken en dat zegt hij om 17:00 uur terwijl we nadrukkelijk met hem hebben afgesproken dat we absoluut niet in het donker willen rijden en we twee uur rijden verwijderd zijn van ons ‘thuis’ en het om 18:00 uur donker is… Dus we zeggen hem dat we dat maar niet doen en gaan terug naar onze kampeerplek waar we dus in het pikkedonker rond 19:00 uur aankomen. In het donker rijden is echt niet fijn, vooral omdat er in Afrika altijd mensen op de weg lopen en er geen enkele verlichting is. Ook auto’s rijden vaak zonder verlichting. 

We dineren weer in het hotel en als we de volgende dag wakker worden, horen we veel stemmen om ons heen. Nog nooit mee gemaakt, zoveel herrie en bedrijvigheid om ons Beertje heen. Maar wat blijkt?! We staan per abuis midden in het gebied van de wevers die hun weefgetouwen hier hebben gespannen tussen de bomen en zij zijn dus gewoon druk bezig met hun werk! Maar het mooie is ook weer, dat het ze totaal niet lijkt te deren dat wij dus met onze Beer middenop hun werkterrein staan. Ze gaan gewoon hun gang alsof er niks aan de hand is. Zo grappig!

We staan dus op, kleden ons aan, terwijl zij vlakbij onze auto de draden aan het spannen zijn. Daarna gaan we buiten ontbijten, met zicht op de wevers, en ook daar wordt verder nauwelijks van op gekeken. Wij hebben weer een leuk schouwspel. We wandelen nog wat tussen de wevers door en ook dat vinden ze prima. De weefgetouwen zijn wel honderd meter lang, nog nooit zo groot gezien. 

Op 19 april rijden we naar de hoofdstad van Ivoorkust, Yamoussoukro, over een prachtig gladde autobaan. Deze zeer wijds opgezette stad met vierbaans-wegen zelfs waarop nauwelijks auto’s rijden doet erg niet-Afrikaans aan. Het is even wennen. Golvende asfaltlinten, brede boulevards, een soort Parijs in het regenwoud. Helaas is er geen camping of hotel waar we kunnen parkeren, dus verblijven we in een hotel, Concorde, voor maar liefst €38/nacht, ook on-Afrikaans helaas. Het is dan ook wel prima in orde. Als het dan toch een ‘splurge’ moet worden, zoals de Lonely Planet dat altijd noemt, dan maar meteen een echte ook, dus we zoeken een goed restaurant en gaan luxe uit eten, bij ‘La Brise’. Het ziet er best mooi uit en alles doet ons bijna denken dat we in een Frans restaurant zitten, maar het eten valt toch tegen, zeker voor de €25 die we moeten betalen. Voor ons samen ja. We horen jullie lachen 😉 Maar daar eten we normaal gesproken toch een week voor. 
De volgende dag hebben we de Basilique Notre-Dame de la Paix de Yammousoukro bezocht. Deze gigantische, zeer indrukwekkende basiliek werd op initiatief van de president Houphouet-Boigny in de periode 1985-1989 gebouwd en heeft 300 miljoen dollar gekost, die deze president uit eigen zak betaald zou hebben. Zijn vermogen werd dan ook geschat op ca. 10 miljard… Het ontwerp is gebaseerd op de Sint Pieter.  In 1990 is de basiliek ingewijd door paus Johannes Paulus II. Volgens het Guinness Book of Records is deze kerk de grootste ter wereld en is het met zijn 158 meter de hoogste koepelkerk ter wereld. De basiliek heeft 7.000 vaste zitplaatsen, met voor elke stoel eigen airco (!), maar kan in totaal 18.000 bezoekers herbergen. 
We hebben ons echt vergaapt. Het toonbeeld van fenomenale decoratie zijn de enorme glas-in-lood ramen met een oppervlakte van meer dan 7.000 m2, het grootste ter wereld.  Er is ook veel technisch vernuft. 

Een rondleiding was verplicht en er was heel veel belangstelling voor, zeker wel 100 mensen. Onze gids toonde alles met veel trots, en terecht. Je kan hier alleen maar bewondering voor hebben, althans voor het gebouw op zich. Treurig is het natuurlijk dat die 300 miljoen niet aan scholen en ziekenhuizen is besteed. Maar dat is niet iets Afrikaans, zoals we snel geneigd zijn te denken. Toen bijvoorbeeld de Dom van Utrecht werd gebouwd, leed ook de helft van de stedelingen aan honger. De basiliek wordt bewaakt door krokodillen die in de wateren rondom de kerk zwemmen. Het is vooral vanwege de krokodillen dat de Ivorianen de president het geldverslindende karakter van de basiliek vergeven. Door de verering van dat heilige dier zet hij het geloof van de voorvaderen voort. Een 500 meter toegangsweg naar de kerk is geheel van marmer.
Ongepast, zoveel prots en praal? Jan Brokken zegt hierover: ‘Indien je de basiliek een ongerijmdheid vindt, moet je ook het katholicisme als vreemdsoortig aan het continent beschouwen.’ Irriteert zo’n basiliek ons soms, omdat die kerk ons aan de zieltjeswinnerij van de Witte Paters herinnert?

Hierna nog naar een heel luxe hotel gegaan, om ons verder te verwonderen. Dit hotel zou zo in een Europese hoofdstad kunnen staan. De duurste auto’s stonden voor de deur en de hele jetset leek wel aanwezig te zijn. We keken onze ogen uit, maar het voelde allemaal erg misplaatst, dus we zijn er ook maar weer snel weg gegaan. We waren er overigens de enige blanken, iets wat in dergelijke luxe gelegenheden eigenlijk nooit gebeurt. Ook weer een nieuwe ervaring. Niemand keek trouwens op van onze aanwezigheid. 

Wat een vreemde hoofdstad is Yakro, zoals Yammoussoukro wordt afgekort. Erg groots en erg leeg. Het is een goed doordachte, overzichtelijke, kalme stad. Een bepaalde grandeur en een bepaalde triestheid. In elk geval zo’n stad waar je beslist niet zou willen wonen.
Omdat we bij ons hotel niet zelf kunnen koken, gaan we weer een hapje eten en deze keer wordt het in een eenvoudig eettentje de lokale lekkernij: agouti, een knaagdier. Het smaakt prima, maar om nou te zeggen, wat een delicatesse, dat zeker niet. 

Op 21 april reizen we verder, naar de beroemde kust van Grand Bassam. Het lijkt hier werkelijk een beetje Scheveningen! We lunchen in hotel Koral Beach met zicht op het strand waarop heel veel lokalen te vinden zijn, nog nooit ergens zoveel zwarte mensen op het strand gezien, het waren er werkelijk honderden. We zijn na de lunch verder oostelijk gereden waar we gekampeerd hebben bij hotel La Bahia. Hier zijn we ’s nachts onze daktent uitgedreven. Jemig, wat ontzettend warm was het hier. Vooral de enorm hoge luchtvochtigheid, van iets van 90%, nekte ons. Niet om uit te houden. Maar ja, bij zo hoge luchtvochtigheid moet je water natuurlijk ook mijden, dan is bij zee staan dus niks. Wel een tikkie een verkoelend briesje, maar  ’s avonds gaat de wind liggen en dan zit je dus in een stoomcabine. Zelden zo te kwaad gehad met het weer. De hitte in Soedan van 55 graden die we in 2010 hebben mogen ervaren, was bijna beter te verdragen, omdat die zo droog is.
De volgende dag nog een beetje relaxed aan het strand daar, geluncht ook en toen naar Abidjan gereden, waar we snel een kamer met airco hebben gezocht. Vier nachten verbleven in Residence Sisane. Dat was wel leuk, omdat het een appartementencomplex was waar alleen lokalen verbleven, dus we voelden ons net een inwoner en zo werden we ook behandeld. We hadden het prima naar ons zin in het appartement met woonkamer en keuken. Abidjan is best een aardige stad met een geweldige Carrefour, vol met enorm veel luxe heerlijkheden. Alles even overdadig. Geweldige verse vis, een hele grote kaas- en groente-afdeling, werkelijk alles was opeens te koop, het waren de Hanos, Makro, AH bij elkaar en dan in het kwadraat. Bizar, zoveel luxe.

Genoeg appeltjes voor de dorst

Maar eerlijk is eerlijk, best even fijn ook. Hoewel het dan altijd weer gebeurt dat door de enorme keuze we niet meer weten wat we moeten kopen. We lopen eerst verlekkerd en iets later verloren rond. Bovendien is alles vreselijk duur, wel drie of vier keer zo duur als bij ons. Dus dan vergaat de lol ook wel. Ook nog ergens twee ijskoffie gedronken. Maar ook dat zijn Westerse prijzen, €9! Mwah, doen we ook niet meer. 

Op 25 april zijn we eerst naar Parc de Banco gereden, in het noorden van Abidjan. Hier aan de rivier is iets heel bijzonders te zien namelijk, de grootste openluchtwasserij van Afrika. In de Banco rivier komen iedere dag tientallen mannen, fanico’s geheten, de was doen die ze eerder die dag bij diverse gezinnen hebben opgehaald. Het zijn enorme bergen was waarmee misschien hooguit €1,50 per dag wordt verdiend. Een fascinerend schouwspel voor ons, maar heel hard zwoegen van zonsopgang tot zonsondergang voor deze gespierde mannen, die voornamelijk uit Burkina Faso en Nigeria komen.

Hierna zijn we naar de zakenwijk van Abidjan gereden, het Plateau, en daar wat rondgelopen. 
Abidjan is na Parijs en Kinshasa (in Congo) de twee na grootste stad waar Frans wordt gesproken; er wonen ca. 5 miljoen mensen. Het is de grootste en belangrijkste stad van Ivoorkust en tot 1983 was het tevens de hoofdstad. Nog steeds zijn er veel overheidsgebouwen aanwezig. Er is tevens een grote haven. Het is een stad die modern oogt met zelfs wolkenkrabbers. De skyline doet niet vermoeden dat je in een Afrikaanse stad bent. Op het eerste oog, als je niet verder kijkt, lijkt het een welvarende stad en het is er zeker rijker dan in veel andere Afrikaanse steden. Maar uiteraard is ook er ook extreme armoede en zijn er vele sloppenwijken.
We hebben in deze wijk nog een baanbrekend kerkgebouw bezocht, de Sint-Pauluskathedraal, ontworpen door de Italiaanse architect Aldo Spiritom. Wellicht heeft de architect van de Erasmusbrug Rotterdam hier zijn inspiratie zelfs wel vandaan gehaald, want die noemde dit sublieme gebouw de ‘mooiste brug van de wereld’ doelend op de schuinstaande pyloon, waardoor een ‘dynamische balans ontstaat’. 

Als laatste programma-onderdeel van deze zelf geknutselde stadstour zijn we met de ferry naar de andere kant van rivier gegaan, naar de wijk Treichville. Daar was niet veel bijzonders te zien, maar vanaf die kant heb je wel een mooi uitzicht op de bijzondere skyline. 

Ivoorkust is duidelijk een land in transitie. Een veel welvarender land dan de voorgaande landen en andere buurlanden, met voor Afrika ongekend goede wegen en industrieën. Heel spijtig is alleen dat de economisch groei het grootste gedeelte van de bevolking niet bereikt; 46% leeft zelfs onder de armoedegrens, hoe schrijnend is dat?!
In de jaren 90 stortte de Ivoriaanse economie in toen de prijzen van cacao – het grootste exportproduct van Ivoorkust – en koffie, en rubber naar een historisch dieptepunt zakten. Ivoorkust heeft geen grondstoffen zoals Ghana, Guinee, Nigeria en Gabon en heeft als enige troef het vochtige klimaat, waardoor er veel gewassen verbouwd kunnen worden. 

In de volgende blog rijden we Ghana binnen. Daarover hadden we ook in deze blog willen schrijven, maar al schrijvende blijkt dan dat we in notabene slechts tweeënhalve week weer zoveel hebben beleefd, dat daarover zomaar dit hele stuk – maar liefst 5 A-viertjes – is te schrijven. Het blijft bizar hoeveel we altijd meemaken, zonder dat echt te realiseren op dat moment. Zo kampeer je bij een missiepost en leer je over het immense budget daarvan, dan ga je op zoek naar chimpansees, hierna sta je tussen wevers met enorme weefgetouwen, vervolgens zie je een optreden van steltdansers, dan bezoek je een nog veel grotere basiliek dan de St. Pieter, en dan zien we tientallen mannen bergen kleding wassen in de rivier. Een grote diversiteit aan ervaringen in 17 dagen tijd en allemaal nog nooit gezien!  Dat maakt reizen zo leuk! 

Maar voor nu, lieve mensen, willen we jullie allemaal een hele gezellige Sinterklaas wensen!

Comments

  1. Ria Kauffman says:

    heerlijk om zo met jullie mee te reizen! prachtige verhalen. goede reis verder,

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.